Missing Peace | missingpeace.eu | NL

Schokkende onthullingen over media manipulaties in de Israël berichtgeving

Door Missing Peace
Voormalig AP Redacteur Andy FriedmanVoormalig AP Redacteur Andy Friedman

Yochanan Visser

“De internationale media hebben Israël groot onrecht aangedaan”, dit zei de Palestijnse journalist Khaled Abu Toameh enige jaren geleden tijdens een bijeenkomst met een groep Nederlandse studenten in een kloostertuin in de oude stad van Jeruzalem.
Sindsdien is de situatie er niet veel beter op geworden.

Tot nu toe werd de bevooroordeeldheid van de internationale media ten opzichte van Israël geëxposeerd door monitororganisaties zoals Honest Reporting en Camera, maar recentelijk verschenen er artikelen van gerespecteerde journalisten die een schokkend beeld gaven van de wijze waarop de media het nieuws over Israël manipuleren.

Ook Toameh liet weer van zich horen toen hij eind vorig jaar op Twitter schreef dat NBC News is Israël haar uitgaande medewerkers chanteerde door te dreigen met het inhouden van bonussen wanneer zij geen belofte zouden afleggen om niets te zeggen of te schrijven over hun vroegere werkplek. Toameh vroeg zich openlijk af of NBC News haar medewerkers in de VS ook op een dergelijke wijze zou behandelen. Ook vroeg hij zich af waar NBC eigenlijk bang voor was.
Later schreef hij op zijn Facebook pagina dat er een serieus probleem is wanneer een dergelijk medium haar employees toeslagen onthoudt om hen zo te dwingen niets naar buiten te brengen. “Dat komt er in feite op neer dat zij zeggen: Je moet geen van onze geheimen onthullen en de wereld niet vertellen over onze dubbele standaard en hypocrisie”, schreef Toameh

Kort nadat Toameh via Twitter en Facebook NBC de maat nam, kwam voormalig Associated Press redacteur Andy Friedman met schokkende onthullingen over nieuws manipulatie bij het kantoor van AP in Jeruzalem. Friedman kreeg gezelschap van de gerespecteerde journalist Richard Behar die een boekje open deed over The New York Times en in mei kwam een voormalige assistent-verslaggever van de Japanse krant Asahi Shimbun met soortgelijke onthullingen.

Laten we beginnen met Andy Friedman.

Sinds het einde van de derde oorlog in Gaza, heeft Friedman twee belangrijke artikelen gepubliceerd over de manier waarop de buitenlandse media verslag geven over Israël. Hij leverde overtuigend bewijs dat de buitenlandse media het nieuws over Israël vervormen, en dat men weigert om journalistieke normen toe te passen in haar berichtgeving over het nieuws uit Israël.

Hier zijn enkele voorbeelden die Friedman gaf over deze werkwijze in zijn artikel ‘An Insider’s Guide to the Most Important Story on Earth’ en van zijn latere artikel ‘How the media makes the Israel story’

“Er is veel discussie over het gegeven dat Hamas probeert journalisten(in Gaza) te intimideren. Elke veteraan van het perskorps hier weet dat de intimidatie echt bestaat, en ik ervoer het zelf toen ik als redacteur op het AP-persbureau werkte.

Tijdens de oorlog in 2008-2009 in Gaza verwijderde ik persoonlijk een belangrijk detail uit een artikel over de manier waarop Hamas vocht. Het ging om een passage waarin stond dat Hamas strijders gekleed gingen in burgerkleren maar werden meegerekend in het doden aantal onder de burgers. Dit deed ik vanwege een doodsbedreiging aan het adres van onze verslaggever in Gaza.
Later tijdens de laatste oorlog in Gaza diende een AP nieuws redacteur een artikel in over de intimidatie van Hamas. Het verhaal werd vervolgens in een vriesvak gedeponeerd door zijn superioren en is niet gepubliceerd.
Het feit is dat Hamas intimidatie niet belangrijk is omdat de acties van de Palestijnen niet het belangrijkste punt zijn. De meeste verslaggevers in Gaza geloven dat het hun taak is om Israëlisch geweld aan het adres Palestijnse burgers te documenteren. Dat is de essentie van het Israël verhaal. Bovendien, verslaggevers werken tegen de deadline en zijn vaak in gevaar, en velen van hen spreken de taal niet spreken en hebben slechts vaag een idee van wat er gaande is. Ze zijn afhankelijk van hun Palestijnse collega’s, de zogenaamde fixers die of Hamas vrezen of Hamas steunen of zelfs beiden.
Verslaggevers hebben Hamas niet nodig om ze weg te houden van de feiten om het eenvoudige verhaal te vertellen waarvoor ze op pad zijn gestuurd.

Het is geen toeval dat de weinige journalisten die de activiteiten van Hamasstrijders en van raketlanceringen door Hamas in civiele gebieden de afgelopen zomer hebben beschreven over het algemeen niet, zoals je zou verwachten, voor de grote nieuwsorganisaties werkten.

Deze nieuwsorganisaties hebben een permanente vertegenwoordiging in Gaza. Het nieuws hierover kwam van een Finse journalist en van een TV ploeg uit India.
Wat is er nog meer niet belangrijk?
Het feit dat Israelis bijna altijd gematigde regeringen kozen die uit waren op verzoening met de Palestijnen wordt als niet belangrijk beschouwd en wordt zelden genoemd in de berichtgeving. Deze hiaten in de berichtgeving zijn geen vergissingen maar een kwestie van policy.

In het begin van 2009 bijvoorbeeld wisten twee van mijn AP-collega’s informatie te bemachtigen over het feit dat de Israëlische premier Ehoed Olmert een belangrijk vredesvoorstel had gedaan aan de Palestijnse Autoriteit enige maanden daarvoor. Dit was nog nergens gerapporteerd en dus was het – of zou hebben moeten zijn – een van de grootste nieuwsberichten van het jaar. De verslaggevers verkregen informatie van beide partijen en zagen zelfs een kaart (waarschijnlijk van gebieden die zouden worden overgedragen aan de PA).

De hoofdredactie op het AP-bureau besloten echter dat zij het verhaal niet zouden publiceren.
Sommige leden van de staf op ons bureau waren woedend maar het hielp niet. Ons verhaal was dat de Palestijnen gematigd waren en de Israelis recalcitrant en in toenemende mate extreem. Berichtgeving over het aanbod van Olmert zou – net als te diep spitten in het onderwerp Hamas – dat verhaal als nonsens exposeren. En dus kregen we de opdracht om het verhaal te negeren en dat deden we voor meer dan anderhalf jaar.

Deze beslissing leerde mij een les die duidelijk moet zijn voor de consumenten van het verhaal over Israël: Veel van de mensen die beslissen wat u zult lezen zien vanuit hier hun rol niet als verklarend maar als politiek. Berichtgeving is zo een wapen dat wordt gebruikt ten behoeve van de partij in het conflict waar zij hun voorkeur aan geven”.

Assistent verslaggever Sharoni Shaked die onlangs ontslag nam bij de Japanse krant Asahi Shimbun had een soortgelijk verhaal.

Tijdens de oorlog in Gaza in 2014 werkte zij voor deze krant – die in grootte nummer zeven in de wereld is – op het bureau in Jeruzalem. Daar vergaarde zij iedere dag een grote hoeveelheid informatie over het Israëlische narratief over de oorlog met Hamas, die zij doorstuurde aan de Japanse verslaggever.

Ook vergezelde zij de verslaggever naar het grensgebied met Gaza en nam daar interviews af met Israëlische functionarissen. De verslaggever ging zonder haar naar Gaza omdat het verboden is voor Israëlische verslaggevers om Gaza binnen te gaan (veiligheidsredenen).

Groot was haar ontzetting toen ze daarna de kopij onder ogen kreeg en zag dat in vrijwel alle artikelen het Israëlische narratief ontbrak en het verhaal slechts over de humanitaire leed in Gaza ging.

Begin 2015 kwam er een nieuwe verslaggever uit Tokyo die de goed ingevoerde en Arabisch sprekende journalist met wie Shaked tot dan toe had gewerkt, kwam vervangen. De man sprak geen Hebreeuws en Arabisch, echter ook zijn Engels was niet toereikend. Bovendien had hij geen enkele kennis van Israël of het Midden-Oosten. Dus toen de Israëlische luchtmacht op 18 januari j.l. een konvooi van Iraanse en Hezbollah commandanten aanviel in de buurt van Kuneitra op de Golan Hoogvlakte vroeg hij Shaked stomverbaasd wat Iraanse militairen in Syrië aan het doen waren.

Toen hij enige weken later een interview afnam in Jordanië met een ex-generaal van het Jordaanse leger over de situatie in Irak en Syrië begreep hij niets van wat de man hem vertelde over de strijd tegen de Islamitische Staat en negeerde daardoor een geweldige scoop toen de man hem vertelde dat de VS in Irak samenwerkte met Iran tegen IS. Het interview werd door Shaked omgezet in een leesbaar transcript maar werd uiteindelijk niet gepubliceerd in Japan.

De nieuwe verslaggever toonde zich ook onverschillig tegenover Israëlische slachtoffers van Palestijnse terreur en Shaked betrapte hem zelfs eenmaal op een glimlach toen zij hem informatie onder ogen bracht over een aanslag in Jeruzalem waarbij aan Israëlische zijde een dode was gevallen.

Richard Behar die voor CNN en BBC werkte en nu voor Forbes schrijft, onthulde hoe The New York Times een deel van haar berichtgeving baseert op de rapporten van twee Palestijnse journalisten die openlijk anti-Israel zijn.

Een van hen is Fares Akram die voor NYT in Gaza werkt. Op zijn Facebook pagina is de profielfoto niet van hemzelf maar van PLO-leider Yasser Arafat. Op de Pagina zelf schreef Akram lyrische dingen over Arafat en prees hem aan als een groot man.

Een andere NYT verslaggever in Gaza was Abeer Ayyoub die tot 2013 bij de krant werkte. Zij was openlijk over haar boycot van alle Israelische producten en schreef op haar Facebook pagina anti-Israel berichten waarin zij het opnam voor Hamas.

Hoe is de situatie in Nederland?

Hier zijn twee voorbeelden van de wijze waarop NOS-correspondenten te werk gaan in Israël.
In 2009 nadat ik een rapport publiceerde over de volstrekt eenzijdige en tendentieuze wijze waarop NOS-journaal het nieuws over de eerste oorlog in Gaza bracht, had ik een gesprek in Hilversum met de buitenland redacteur, verslaggever Sander van Hoorn en toenmalig hoofdredacteur Hans Laroes.

Tijdens dat gesprek gaf de NOS Journaal redactie toe dat men het nieuws over de Palestijnen bracht vanuit een puur humanitair oogpunt en niet vanuit het oogpunt van een conflict tussen twee partijen.
Tijdens hetzelfde gesprek confronteerde ik verslaggever Sander van Hoorn met een leugen die hij had verteld in een reportage over de voorbereidingen over het kerstfeest in Bethlehem. Van Hoorn beweerde in die reportage met een stalen gezicht dat Bethlehem nog altijd zuchtte onder de “Israëlische bezetting” terwijl een aantal weken daarvoor de IDF zich volledig had teruggetrokken uit de stad.

In het nauw gebracht door de gegevens die hem gaf verdedigde Van Hoorn zich door te wijzen op het feit dat volgens hem de Palestijnse bevolking nog altijd de stad niet uit kon. Ik confronteerde hem daarop met het verschil tussen een bezetting en een blokkade en toonde aan dat de bevolking van Bethlehem wel degelijk de stad uit kon en vrij kon reizen op de Westelijke Jordaanoever maar niet naar Jeruzalem. Van Hoorn bleef echter stug volhouden dat er wel degelijk sprake was van een bezetting door Israël.

De huidige NOS Journaal verslaggever Monique van Hoogstraten geeft blijkt van eenzelfde soort bevooroordeeldheid en baseert haar berichtgeving niet zelden op informatie die zij krijgt van organisaties die tegen de Israëlische aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever zijn.

In de zomer van 2014 had ik een e-mail uitwisseling met van Hoogstraten over haar werkwijze. Dit gebeurde naar aanleiding van haar reportage over de dood van twee Palestijnse jongens tijdens betogingen in het dorp Beituniya op de Westelijke Jordaanoever.

Het ging daarbij over de vraag of zij de journalistieke normen had gehanteerd in die reportage. Van Hoogstraten reageerde geïrriteerd op de vragen die ik haar stelde en verwees mij door naar onafhankelijke organisaties die mijn vragen wellicht zouden kunnen beantwoorden. Toen ik doorvroeg over welke organisaties zij bedoelde gaf ze me de namen van drie organisaties: Human Rights Watch, Btselem en Defense for Children. Dit zijn allen organisaties die bekend staan om hun bevooroordeeldheid ten opzichte van Israel in het algemeen en met name ten opzichte van de Israëlische aanwezigheid op de Westelijke Jordaanoever.

Een aantal maanden geleden gaf Van Hoogstraten opnieuw blijk van haar onbetrouwbaarheid als journalist toen zij voor Trouw een artikel schreef over het Israëlische leger optreden tijdens de oorlog in Gaza vorig jaar. Dat artikel was volledig gebaseerd op een rapport met anonieme getuigenissen van Israëlische militairen dat werd samengesteld door de extreem linkse organisatie Breaking The Silence.

Collega journalisten zoals Friedman deden het rapport af als pure propaganda dat niets met journalistiek te maken had, maar Van Hoogstraten had er geen enkele moeite mee om de bevindingen in het BTS-rapport uit te vergroten en als waar te verkopen aan het Nederlandse publiek.

Shraga Simmons schreef een boek over dit soort journalistiek. Het boek kreeg als titel “David en Goliath” en beschrijft tientallen voorbeelden van media manipulatie en leugens over het nieuws dat uit Israël komt.

In het laatste hoofdstuk van het boek beschrijft Simmons een ontmoeting met een Palestijn vlak bij Ramallah. Deze Palestijn, die anoniem wilde blijven vanwege bedreigingen, vertelde Simmons dat er vlak bij Ramallah een Palestijns mediacentrum is dat door Iran wordt gefinancierd. In dat onderzoekscentrum werkt een groep jonge Palestijnen die meestal hebben gestudeerd in de VS en die de hele dag bezig zijn met het surfen over het Internet en marktonderzoek verrichten naar welke sound bytes het meest effectief zijn in het beïnvloeden van de opinie in het Westen.

Hij zei ook dat deze onderzoekers gebruik maken van nazipropaganda technieken. De informatie die zij aanleveren wordt door Palestijnse woordvoerders gebruikt om media strategieën te formuleren.
Simmons schreef dat hij opeens begreep wat er werkelijk gaande was: “ Nadat de Arabieren faalden in hun pogingen om Israël te vernietigen via militaire middelen, economische boycot en eindeloze terreur had men besloten om een laatste ultieme poging te ondernemen via de media.

Het doel is om Israël te positioneren als het uitschot van de menselijkheid; geïsoleerd, gedemoniseerd en de wortel van alle problemen in de wereld. Een natie die niet alleen kwaad doet maar de essentie is van het kwaad”.

Er is geen duidelijk bewijs over het bestaan van een dergelijk propaganda centrum in de buurt van Ramallah. Wat echter wel te bewijzen valt is de collaboratie van de internationale media in deze cognitieve oorlog tegen Israël.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd door het blad Profetisch Perspektief