Missing Peace | missingpeace.eu | NL

Obama’s geheime Iran politiek: deel 2

Door Missing Peace

Obama-Iran-Main

Maar voor het zover was brak er een crisis uit over Syrië. In september 2013 voerde Assad een aanval met Sarin gas uit op Ghouta nabij Damascus. Vijftien honderd burgers kwamen om bij die aanval en Obama stond onder hevige druk om eindelijk direct in te grijpen in de oorlog in Syrië. Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry maakte duidelijk dat een Amerikaanse aanval op het leger van Assad aanstaande was. Maar terwijl Kerry de wereld prepareerde voor wat ging komen hield Obama in het Witte Huis een geheime bijeenkomst zonder de voorstanders van een Amerikaanse aanval op Syrië.

Tijdens die bijeenkomst gaf hij uiting aan zijn ongenoegen over de aankondiging van Kerry. Vervolgens nodigde hij Dennis McDonough uit voor een privé gesprek in de tuin van het Witte Huis. Toen hij terugkwam van dat onderonsje verbijsterde hij de andere aanwezigen met het nieuws dat hij besloten had om de aanval uit te stellen en om het Congres eerst om toestemming te vragen.

Wat besprak Obama met McDonough? Officieel werd er gezegd dat de president principieel van mening was dat wanneer het om oorlog en vrede gaat het parlement moest worden geraadpleegd.
Maar in andere gevallen zoals de Amerikaanse actie in Libie had dat principe geen rol gespeeld. Obama gebruikte het Congres als een middel om de actie uit te stellen of zelfs af te gelasten. De ware redenen lagen klaarblijkelijk te gevoelig en die kon hij klaarblijkelijk niet meedelen aan zijn naaste adviseurs.

Zou het kunnen dat het te maken had met angst dat zijn Iran politiek hierdoor op de helling zou moeten? Het initiatief dat zijn tweede termijn als president tot een groot succes moest maken?

Uiteindelijk zorgde de gang naar het Congres ervoor dat Obama tijd won maar er zat een prijskaartje aan. De Democraten in het Congres waren woedend over de actie van de president en in Syrië was Assad in de wolken terwijl zijn opponenten gefrustreerd waren. Elders in het Midden-Oosten vroegen Amerika’s bondgenoten zich af of Obama hen te hulp zou snellen in tijden van nood.

Obama’s probleem betekende voor Rusland een ongekende mogelijkheid. Minister van buitenlandse zaken Sergei Lavrov wees hem de weg. Rusland en de Verenigde Staten zouden samenwerken om Assad van zijn voorraad chemische wapens af te helpen. De Iraniërs juichten het voorstel toe en Obama accepteerde het gretig.

De deal had echter een prijskaartje. Obama moest de Russen namelijk beloven om het slagveld in Syrië niet te betreden. Obama gebruikte de deal vervolgens om aan te tonen dat zijn diplomatie een succes had opgeleverd: door te dreigen met een aanval was hij erin geslaagd om Assad te dwingen afstand te doen van zijn chemische wapen, zo was het verhaal.

In werkelijkheid was Assad de winnaar, de roep om zijn aftreden verdween geleidelijk van de agenda van het Witte Huis en de oppositie in Syrië was gedemoraliseerd. Ook slaagde de overeenkomst er niet in om Assad af te houden van het opnieuw gebruiken van chemische wapens. Hij gebruikte later chloride gas.

Ook wees Obama op de coöperatie met de Russen en Iran als een van de pluspunten die uit de deal voortkwam. Dit stond buiten de werkelijkheid omdat Iran in het geheel niet geïnteresseerd was in het stoppen van Assad’s chemische aanvallen. Maar voor Obama was het idee van samenwerking met Iran erg belangrijk. Zijn Syrië politiek was direct gekoppeld aan zijn plannen met Iran.

In augustus 2014 schreef de president een brief naar Ayatollah Khamenei waarin hij erkende dat er sprake was van een obstakel in de samenwerking door het nucleaire programma van Iran maar hij stelde Khamenei gerust over het lot van Assad. De Amerikaanse militaire operaties in Syrië zouden niet gericht zijn op Assad of zijn leger.

Dit element in het denken van de president kreeg weinig aandacht terwijl hij er openlijk over sprak. In een interview met de New Yorker legde hij uit dat Amerika niet door de Arabieren en Israël tegen Iran gebruikt zou worden als het aan hem lag. Hij streefde naar een nieuw strategisch evenwicht dat de rust in het Midden-Oosten zou moeten herstellen.

Het herstellen van de status quo of het beheersen van de situatie in een vorm zoals de koude oorlog was voor hem niet genoeg. Hij had een strategische partner nodig die hem zou helpen dat evenwicht te bereiken en die partner was Iran.
Dit verklaarde ook waarom hij eerder had geweigerd om de Syrische oppositie te bewapenen en om de oppositie in Iran te helpen na de frauduleuze verkiezingen in 2009. Obama zag de oppositie tegen zijn politiek tegenover Iran en zag ook wat er gebeurde in het Midden-Oosten door toedoen van de Iraanse coalitie maar hij had zijn zinnen gezet op een overeenkomst met Iran.

Zijn politiek tegenover de Islamitische Staat werd door hetzelfde idee beïnvloed. Toe in juni 2014 de populariteit van de president daalde en zijn inactiviteit tegenover het barbaarse optreden van IS scherp werd bekritiseerd verdedigde een van zijn adviseurs zijn politiek door te wijzen op de lange termijn plannen die Obama had voor het Midden-Oosten. Het werd duidelijk dat Obama niet van plan was om opnieuw in te grijpen in Irak zoals president Bush dat had gedaan eerder. Dat zou haaks staan op zijn de politiek dei hij vanaf het begin had gehanteerd.

Zijn politiek was gericht op het in de hand houden van de situatie in Irak en om uit het conflict in Syrië te blijven. John Kerry verbijsterde het Congres door openlijk te verklaren dat de hiaten in de acties tegen de Islamitische Staat zouden worden opgevuld door Iran en Syrië.

Tegelijkertijd bekritiseerden leden van de Obama regering Amerika’s bondgenoten in het Midden-Oosten over de massale steun die zij gaven aan de Syrische oppositie. Een lid van het Obama team noemde premier Netanyahoe een angsthaas en pochte over het feit dat Israël niets had gedaan tegen Iran als gevolg van het feit dat de VS Iran hadden beschermd tegen een Israëlische aanval. Nu was het te laat, zei de official.

Officieel ontkent de regering Obama dat de Verenigde Staten samenwerken met Teheran. Maar de bewijzen daarvoor liggen voor het oprapen. John Kerry zei bijvoorbeeld onlangs dat het positief was dat Iraanse gevechtsvliegtuigen in Irak missies uitvoerden tegen de Islamitische Staat terwijl dat gebeurde in het gebied waar de VS het luchtruim controleert.

De Soennieten in Irak hebben echter totaal geen waardering voor deze Amerikaanse houding en dat verklaart waarom de VS moeite hebben om soennitische milities te mobiliseren in de strijd tegen IS. De Soennieten zijn fel gekant tegen de Amerikaanse toenadering tot Iran.

Als gevolg van Obama’s politiek heeft Iran haar invloed overal uitgebreid. In Irak is in feite sprake van een situatie die lijkt op Iran’s satellietstaat Libanon en hetzelfde geldt voor Syrië waar Iran en Hezbollah nu proberen om het grensgebied met Israël te heroveren op het al-Nusra front. De Israëlische aanval op een Hezbollah konvooi bij Kuneitra op 18 januari jl. was een direct gevolg van deze politiek. Wanneer de Amerikaanse regering denkt dat haar andere bondgenoten in het Midden-Oosten stilzwijgend zullen toekijken terwijl Iran zuid Syrië overneemt dan zit zij er geheel naast zoals ook bleek uit de Israëlische actie.

In November 2013 toen het interim akkoord met Iran over het nucleaire programma werd gesloten introduceerde Obama een asymmetrische benadering voor de onderhandelingen met Iran. He begon permanente Amerikaanse concessies uit te wisselen voor Iraanse gebaren van tijdelijke beheersing.

De belangrijkste Iraanse gebaren waren het omvormen van de voorraad hoog verrijkt uranium 20% in uranium 5%, een bevriezing van het aantal centrifuges en een tijdelijke stop op bouwactiviteiten aan de plutonium reactor in Arak. Al deze maatregelen kunnen gemakkelijk worden teruggedraaid in tegenstelling tot de opgeschorte sancties tegen Iran en het vrijgeven van bevroren Iraanse tegoeden bij banken.

De Amerikanen erkenden nu plotseling het recht van Iran om uranium te verrijken en gingen akkoord dat alle restricties op het nucleaire programma van een beperkt karakter zouden zijn en een tijdelijk karakter zouden hebben. Dit waren in feite grote concessies omdat ze nu ook de positie weergeven van de vijf permanente leden van de VN Veiligheidsraad. (De 5 landen die samen met Duitsland de zogenaamde 5+1 landen vormen).

Obama heeft herhaaldelijk verklaard dat het interim akkoord het nucleaire programma van Iran tot stilstand heeft gebracht. Het akkoord bevroor echter slechts Amerikaanse acties en had nauwelijks effect op de progressie in het Iraanse programma.

De overeenkomst beperkte slechts de verrijkingscapaciteit en de voorraad hoog verrijkt uranium.Er stond niets in het akkoord over de militaire componenten van het programma: ballistische raketten en explosieve ladingen van raketten. De Iraanse experts hebben sindsdien vooruitgang geboekt op het terrein van centrifuges en ontwikkeling allerlei andere componenten van het programma.

Het is daarom duidelijk dat Iran in een sterkere positieve is komen te verkeren dan aan het begin van de periode dat het interim akkoord van kracht werd. Dit komt ook tot uiting in de onderhandelingspositie van Iran, het regime voelt zich sterker dan ooit tevoren en ridiculiseert het Westen.

We kunnen vaststellen dat Obama geen illusies had over de asymmetrie in de onderhandelingen en dat hij de onderhandelingen met open ogen voerde. Het Witte Huis deed er immers van alles aan om de waarheid verborgen te houden voor het Amerikaanse publiek. Bijvoorbeeld in november 2013 werd in plaats van de tekst van het interim akkoord een fact sheet gepubliceerd dat misleidend was. Het document stond vol met termen als ‘gestopt’ ‘teruggedraaid’ en ‘ontmanteld’. Het document gaf de indruk dat de Iraniërs hadden ingestemd met het ontmantelen van hun nucleaire programma.

De Iraanse minister van Buitenlandse Zaken weigerde echter het spel mee te spelen. Hij protesteerde publiekelijk. De versie van het Witte Huis bagetaliseert Amerikaanse concessies en overdrijft de Iraanse verplichtingen, zei Javad Zarif in een televisie interview. Hij daagde zijn interviewer uit om ook maar een verwijzing naar ontmanteling in het akkoord te vinden. De Iraanse president Rouhani ging nog verder en zei tegen CNN dat Iran onder geen voorwaarde akkoord zou gaan met de ontmanteling van centrifuges. Iran heeft 19.000 centrifuges waarvan 9000 daadwerkelijk uranium opwerken. Obama was op hetzelfde moment bezig om journalisten het verhaal op de mouw te spelden dat Iran onder een definitief akkoord slechts 4000 centrifuges kon behouden.

CNN-interviewer Zakaria zei na het interview dat de Iraanse opvatting over hoe een toekomstige overeenkomst eruit zou moeten zien een gigantisch obstakel was die de kans op een akkoord minimaal maakte. Niet lang daarna gaf Ayatollah Khamenei aan dat onder een permanent akkoord de ontwikkeling van een ‘industrieel nucleair programma’ toegestaan zou moeten worden.

Khamenei’s harde opstelling kwam zonder twijfel als een verrassing voor Obama. Toen de president het interim akkoord met Iran goedkeurde had hij niet erkend dat de beide doelen van de onderhandelingen met Iran – Iran uit haar isolement halen en tegelijkertijd het nucleaire programma ontmantelen – niet verenigbaar waren. Vanuit Obama’s oogpunt bezien stelde hij Khamenei een overeenkomst voor die de Iraanse leider niet kon weigeren.

Volgens analisten die de president adviseerden zou de Iraanse leider wanhopig op zoek zijn naar een dergelijke deal met de VS. De prijs die Iran daarvoor moest betalen, een nucleair programma dat waarmee het zijn gezicht kon redden, zou de Iraanse leider wel willen betalen, volgens Obama en zijn adviseurs.

Maar het werd al snel duidelijk dat Khamenei er juist op gokte dat Obama akkoord zou gaan met een deal waarmee de President zijn gezicht kon redden, zelfs wanneer Iran door zou gaan met haar omvangrijke nucleaire programma. Khamenei was er klaarblijkelijk van overtuigd dat Obama toe zou geven zelfs wanneer Iran er op stond om door te gaan met een industrieel programma.

Theoretisch gezien zou Khamenei’s onverzettelijkheid Obama een mogelijkheid hebben kunnen bieden om te erkennen dat de tweede ronde van zijn toenaderingsprogramma mislukt was. En hij had dan met het Congres en de bondgenoten in het Westen kunnen werken aan het terug winnen van het verloren overwicht op Iran. Het was echter duidelijk dat hij ervoor koos om het onderhandelingsproces levend te houden door verder toe te geven. In plaats van het opschorten van de onderhandelingen betaalde hij Iran letterlijk in de vorm van opheffing van bepaalde sancties. Dit leverde Iran extra inkomsten op van zeven honderd miljoen dollar per maand. Maar ook op het gebied van het nucleaire programma deed hij opnieuw concessies.

Obama stond toe dat Iran nucleaire faciliteiten behield die Iran in feite illegaal had gebouwd. Voorbeelden zijn Natanz, Fordow en Arak. Over Fordow had Obama aan het begin van de onderhandelingen gezegd dat de Iraniërs voor een vreedzaam atoomprogramma geen gefortificeerde ondergrondse faciliteiten nodig hadden. Hij zei toen ook dat Iran zeker geen zwaar water reactor zoals in Arak nodig had.

De vraag dient zich nu aan of de Iraniërs überhaupt bereid zijn om onderdelen van hun nucleaire programma terug te draaien. Het antwoord op de vraag is dus nee.

Voor een meerderheid in het Amerikaanse Congres en voor alle Amerikaanse bondgenoten in het Midden-Oosten is dit gegeven duidelijk. Voor hen is het duidelijk dat de enige wijze waarop de positie van het Westen gered kan worden is om iets terug te winnen van het overwicht op Iran. Vandaar dat een groep senatoren nu wetgeving voorbereidt die het opnieuw invoeren van sancties verplicht in het geval de Iraniërs opnieuw geen overeenkomst sluiten tegen de tijd dat de interimovereenkomst verloopt.

Het is hierom dat de Israëlische premier Netanyahoe een uitnodiging ontving van het Congres om over Iran te spreken voordat de termijn van de interim overeenkomst verstrijkt.
Obama heeft er alles aan gedaan om de uitnodiging in een kwaad daglicht te stellen en beschuldigde de Israëlische premier er zelfs van het breken van protocol omdat hij het Witte Huis niet tijdig zou hebben ingelicht over de uitnodiging. Dat bleek achteraf niet waar te zijn maar het was genoeg om een heftige discussie los te maken in Israël en de VS over de beslissing om Netanyahoe de toespraak te laten houden.
De president doet het voor komen alsof zijn geschil van mening met Netanyahoe persoonlijk van aard is. Hij doet dat om de strategische meningsverschillen tussen beide leiders uit de aandacht van de media te houden. De president is zich ervan bewust dat Netanyahoe niet alleen is in zijn opinie over de huidige Amerikaanse benadering van Iran. De gehele Israëlische elite en een groot deel van het Amerikaanse Congres is het eens met de premier dat Obama’s politiek ten opzichte van Iran onjuist is.
De President stelt echter zijn opponenten in het Congres als oorlogszuchtig voor en doet het voorkomen alsof er slechts keus is tussen zijn toenadering tot Iran en een andere oorlog. Dit gaat voorbij aan de politiek die door iedere president sinds Jimmy Carter is nagestreefd, namelijk het in bedwang houden van Iran op alle fronten en niet slechts in de nucleaire arena.
Obama verbergt deze optie echter omdat hij anders eerlijk moet zijn met het Amerikaanse publiek en zijn obsessieve vasthoudendheid aan een strategie die hij vanaf het begin adopteerde, zal moeten erkennen. De onthutsende resultaten van deze strategie zijn voor iedereen zichtbaar en vermeerderen bijna met de dag.

Volgens de ideologie en strategie van Obama is het effectiever om Iran te integreren in het internationale diplomatieke en economische systeem. Dat is beter dan het toepassen van meer druk om het agressieve gedrag van Iran te beteugelen.

Ondanks alle bewijzen die duiden op het tegendeel blijft Obama geloven dat zijn methodes werken. Tijdens een interview in maart 2014 beweerde hij dat zijn benadering de hervormers in Iran versterkt en dat er daardoor sprake zou zijn van hervormingen in Iran. Hij gaf aan dat het zelfs wel twintig jaar zou kunnen duren maar dat Iran uiteindelijk dank zij zijn strategie weer een normaal land zou worden.

Misschien heeft de president gelijk en zal globalisatie de Islamitische Republiek uiteindelijk normaliseren. Ondertussen worden de door de wol geverfde misdadigers in Teheran die de president heeft benoemd tot zijn strategische partners in een nieuwe wereldorde, echter sterker en brutaler. Zij komen steeds dichter bij de capaciteit om uit te breken naar een atoomwapen en krijgen meer vertrouwen in hun doel van wereldoverheersing. Op voorwaarde dat zij hun nucleaire ambities opzij zetten heeft de president hen een pad naar het einde van de isolatie en een weg om ‘een succesvolle regionale macht’ te worden, aangeboden.

Het regime in Teheran is er op zijn beurt tegen betaling van een minimale prijs in geslaagd om economische en politieke voordelen te halen uit deelname aan het gezamenlijke plan van actie. Verder zijn de Iraanse leiders erin geslaagd om hun nucleaire ambities te bewaken en de middelen te verwerven om die ambities te verwezenlijken. Zij zijn erin geslaagd om het machtigste land op aarde te overkomen en hebben dus reden om over te lopen van zelfvertrouwen.