Missing Peace | missingpeace.eu | NL

Obama’s geheime Iran politiek (deel 1)

Door Missing Peace

Obama-Iran-Main

President Obama wordt al lange tijd bekritiseerd over zijn gebrek aan strategische visie voor het Midden-Oosten. Het is nu echter duidelijk dat hij vanaf het begin een strategie had die was gericht op Iran. Die strategie streeft hij nog steeds na en heeft grote gevolgen gehad voor de gehele situatie in het Midden-Oosten en daarbuiten.

Op 2 februari publiceerde Mosiac Magazine een essay over de Midden-Oostenpolitiek van president Obama. Michael Doran de auteur van het essay beschreef in detail hoe de president al vanaf zijn aantreden een politiek nastreeft die in feite gebaseerd is op een rapport door de Irak Studie Groep uit 2006. Dit rapport analyseerde de politiek van George W. Bush en gaf aanbevelingen voor een andere Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten.

Obama nam deze aanbevelingen over en verhief ze tot de hoeksteen van zijn politiek ten opzichte van Iran, Irak, Israël en later ook in andere delen van het Midden-Oosten. De aanbevelingen van de Irak Studie Groep waren:

  1. Terugtrekking Amerikaanse troepen uit Irak
  2. Verhoogde activiteit Amerikaans leger in oorlog tegen Taliban in Afghanistan
  3. Herstart Arabisch-Israëlisch vredesproces
  4. Engagement met Iran en het Assad regime in Syrië

De gedachte achter deze laatste aanbeveling was dat Iran en Syrië verondersteld werden om een gezamenlijke belang te hebben ten opzichte van het stabiliseren van Irak en het verslaan van al-Qaida en andere Soennitische Islamistische groeperingen. Dit gedeelde belang zou de vorming van een blok van stabiele machten mogelijk kunnen maken. Die stabiele machten zouden vervolgens samenwerken om de ergste kwalen van het Midden-Oosten onder controle te krijgen en de regio naar een zonniger toekomst kunnen leiden.

Focus op goede betrekkingen met Iran
President Obama’s politiek ten opzichte van Iran werd vervolgens gebaseerd op het idee dat Iran graag uit haar isolatie wil komen en een succesvolle regionale grootmacht zou kunnen worden. Obama was er op gebrand om Iran de kans te bieden om normale betrekkingen te beginnen met de rest van de wereld en vooral met de Verenigde Staten, dat al sinds 1979 in een staat van oorlog verkeert met Iran.

Een ander idee achter de Obama politiek ten opzichte van Iran was dat wanneer Iran zou moeten kiezen tussen beperkingen op haar nucleaire programma en herstel van harmonieuze betrekkingen met de rest van de wereld, Iran voor het eerste zou kiezen.

Aan het begin van zijn tweede termijn als president had Obama een groot succes nodig op het gebied van de buitenlandse politiek en vooral in het Midden-Oosten waar de het ene na de andere debacle de Amerikaanse positie zwaar had ondergraven. Deze drang naar een groot succes mondde uiteindelijk uit in het zogenaamde interim-akkoord tussen de zogenaamde P5+1 landen en Iran.

Benjamin Rhodes, een van Obama’s adviseurs, zei na de ondertekening van het akkoord in november 2013 dat dit waarschijnlijk de meest belangrijke zaak zou worden in de tweede termijn van de president. Hij vergeleek het met de hervorming van de gezondheidszorg in de VS en zei in vertrouwen tegen Democratische activisten dat de president van plan was om het Congres buiten spel te zetten in het proces dat moest leiden tot een definitief akkoord met Iran. De president zelf legde later uit wat achter dit geheime plan zat. Hij zei dat de pro-Israël houding van het grootste deel van het congres ratificatie van het akkoord zou kunnen dwarsbomen en dat het congres in feite gevangen zat in haar vijanddenken over Iran.

Functionarissen in het Witte Huis vertelden dat een akkoord met Iran centraal stond in het strategisch denken van Obama en zijn team en dat al vanaf de eerste termijn er meer vergaderingen werden gehouden over Iran dan over Irak, Afghanistan en China. Tegelijkertijd sprak de president er zelden over in het publiek.

Tegen de stroom van kritiek in
Deze obsessieve houding werd door velen bekritiseerd zelfs door mensen uit Obama’s vriendenkring. Deze critici namen woorden als incompetent en amateuristisch in de mond. Anderen, zoals Leslie Gelb die deel uitmaakte van de regering, zeiden dat Obama niet in staat was om adequaat de nationale veiligheidspolitiek van de VS gestalte te geven. Gelb riep de president op om zijn gehele team van adviseurs op dit gebied te vervangen door mensen met meer inzicht in strategische zaken en met meer ervaring.

Obama was echter voor honderd procent zeker van zijn zaken en voerde consequent de strategie uit die door de Irak Studie Groep was uitgewerkt. In de wereld van Obama moest Amerika zich niet meer als de sheriff gedragen die achter boeven aanjaagde, maar het zou zijn rivalen ontwapenen door hen te vangen in een web van coöperatie. In Obama’s woorden: “geen natie kan een andere natie overheersen”.

Dus toen Obama in het Witte Huis zat was een van zeer eerste prioriteiten om het Amerikaanse leger uit Irak te halen. Ongeveer tegelijkertijd begon hij te werken aan een fundamentele verandering in de Amerikaanse houding ten opzichte van Iran.

Voor Obama waren de Verenigde Staten en Iran in potentie natuurlijke bondgenoten en Washington zelf was de voornaamste reden voor de vijandigheid tussen de twee landen.

Wanneer de VS zich minder vijandig zou opstellen dan zou Iran zijn houding ook veranderen ten goede, was het idee. In zijn toespraak tijdens de inauguratie maakte Obama al duidelijk dat hij geïnteresseerd was in toenadering tot Iran. Ayatollah Khamenei had echter andere ideeën en negeerde Obama’s toenaderingspogingen.

Milde houding misbruikt voor nucleaire uitbreiding Iran
Toen vijf maanden later overal in Iran massademonstraties werden gehouden tegen het regime en het regime reageerde met bruut geweld was Obama’s houding terughoudend en maakte hij de indruk neutraal te willen blijven. Hij wilde Khamenei niet al te zeer kritiseren, om zijn droom van een nieuw tijdperk in de Amerikaans-Iraanse relaties niet te verstoren.

De Iraniërs trokken echter een andere conclusie uit de houding van de Amerikaanse president. Het regime schond zijn verplichtingen onder het non-proliferatieverdrag (NPT) en bouwde een nieuwe ondergrondse uraniumopwerkingsfabriek in Fordow.

Daarop reageerde Obama wel daadkrachtig. De Russen en de Fransen waren zeer geïrriteerd over de nieuwe clandestiene activiteiten van Iran. De president stelde daarop voor dat Iran haar uranium naar Rusland zou verschepen en de Iraniërs leken daar aanvankelijk toe bereid.

Obama dacht dat hij de eerste grote stap had gezet op weg naar verwezenlijking van zijn visie. Khanemei verwierp echter de deal met de Russen en de president kreeg daarop te maken met het Congres dat nu zware sancties begon te eisen. Deze druk leverde vruchten op een Obama tekende in 2010 een wet (CISADA) die Iran onder een streng sanctiesregime plaatste. Hoe wel de president het deed voorkomen dat hij de wet had geïnitieerd was het zo dat de Senaat hem gedwongen had de sancties te accepteren. De wet werd met 99 stemmen voor en 0 tegen door de Senaat aangenomen

Israël afhouden van actie tegen Iran
Voor de presidentsverkiezingen van 2012 in de VS vreesde Obama dat Israël Iran zou kunnen aanvallen. Hij lanceerde daarop een charme-offensief richting Israël en garandeerde het Israëlische publiek dat Iran niet zou worden toegestaan om een kernwapen te ontwikkelen. Ook verhoogde hij de samenwerking op militair en veiligheidsgebied met de Joodse staat. Deze tactiek werkte, Israël zag af van een aanval op Iran.

Aan het begin van zijn tweede termijn maakte Obama duidelijk dat hij van plan was om toenadering tot Iran te zoeken om zodoende de nucleaire dreiging af te wenden. Israël was niet de enige die afwijzend reageerde op deze benadering. De Saoedische koning Abdullah maakte duidelijk dat hij de Amerikaanse houding gevaarlijk vond en zei dat de VS de kop van de slang (Iran) moesten afbijten. Abdullah stelde kritische vragen aan Dennis Ross, Obama’s afgezant, maar deze had geen duidelijke antwoorden. De koning maakte zo duidelijk dat hij Obama’s politiek gebaseerd vond op ‘wishful thinking’.

Terughoudendheid in Syrië om Iran te paaien
Toen kort daarop de situatie in Syrië danig uit de hand begon te lopen bleek dat Obama zijn politiek tegenover Assad koppelde aan Iran. De Syrische oppositie en Turkije vroegen om hulp om Assad aan te pakken. De directeur van de CIA, David Petraeus reageerde met een duidelijk plan om rebellen te trainen in Jordanië en om hen van wapens te voorzien in Syrië. Panetta, de minister van Defensie, Hillary Clinton, de minister van Buitenlandse Zaken, en Martin Dempsey de opperbevelhebber van het leger waren allen voor het plan. Obama verwierp het echter. De president wilde Iran – dat het Assad-regime steunt – niet verder irriteren.

Waarom? Op het moment dat deze zaak speelde was Obama in het geheim besprekingen begonnen met Iran. Zijn afgezant Jake Sullivan reisde naar Oman waar hij gesprekken voerde met Iraanse officials.

Kort na zijn inauguratie in februari 2013 volgde een serie andere geheime ontmoetingen tussen Amerikaanse officials en hun Iraanse collega’s. (o.a. William Burns en Susan Rice). In deze periode werden de fundamenten gelegd voor het interim-akkoord van november 2013.

Gevaarlijke concessies
In april 2013 vond een ontmoeting plaats tussen de P5+1 landen en Iraanse onderhandelaars in Kazakstan. Op tafel laf een voorstel om de sancties gedeeltelijk op te heffen in ruil voor de eliminatie van de voorraad hoog verrijkt Iraans uranium (20%) en het toestaan van verrijking tot 5% van uranium door Iran. Dit was in grote lijnen wat Iran altijd al had geëist. Het voorstel ging in tegen de resoluties van de VN Veiligheidsraad over het onmiddellijk stoppen van uraniumverrijking in Iran.

De Iraanse onderhandelaars wezen het voorstel echter in principe af, of eigenlijk staken zij het in hun zak en eisten dat hun onderhandelingspartners akkoord zouden gaan met een tekst waarin zou staan dat Iran het volste recht had om uranium te verrijken. Obama had nu een probleem want in feite eisten de Iraniërs dat hij alle VN-resoluties over dit onderwerp zou negeren. Het Witte Huis deed het echter voorkomen alsof Iran in beweging was gekomen onder invloed van de nieuwe regering van president Rouhani. In werkelijkheid had Obama de beslissing om deze concessies te doen al genomen voor de Iraanse verkiezingen.

Het was Iran en niet de VS dat een concessie had gedaan volgens de woordvoerders van het Witte Huis. Maar in feite gaf Obama toe aan de Iraanse eisen en daarmee verdween de eis dat Iran uiteindelijk de uraniumverrijking zou staken van tafel. Op deze wijze werd het interim-akkoord van november 2013 mogelijk gemaakt.

Maar voor het zover was brak er een crisis uit over Syrië in september 2013. Assad voerde een aanval met Sarin gas uit op Ghouta nabij Damascus. Vijftien honderd burgers kwamen om bij die aanval en Obama stond onder hevige druk om eindelijk direct in te grijpen in de oorlog in Syrië. Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry maakte duidelijk dat een Amerikaanse aanval op het leger van Assad aanstaande was. Maar terwijl Kerry de wereld prepareerde voor wat ging komen hield Obama in het Witte Huis een geheime bijeenkomst zonder de voorstanders van een Amerikaanse aanval op Syrië …

 Volgende week leest u op de Missing Peace  website deel 2 van ‘Obama’s geheime Iranpolitiek’.