Missing Peace | missingpeace.eu | NL

  • Gepubliseerd: Zondag, 18 Januari, 2015 - 2:11 PM

Antisemitische terreur in Europa leidt tot toenemende immigratie naar Israël

Door Missing Peace
Franse immigranten arriveren op de luchthaven van IsraelFranse immigranten arriveren op de luchthaven van Israel

De terreuraanslagen in Parijs begin januari, riepen sterke emoties op in Israël.

Het feit dat de vier Joodse slachtoffers van de aanslag op een koosjere supermarkt in Israël werden begraven was iets dat geen speciale aandacht kreeg in de internationale media. De Israëlische bevolking en media begrepen echter dat het bijzonder was dat de slachtoffers niet in Frankrijk werden begraven maar in Israël.

De radio en televisie interviewden voortdurend Franse immigranten over de situatie in Frankrijk en over hun beweegredenen voor het maken van Alijah en draaiden Franse muziek. In Jeruzalem wapperden op de dag van de begrafenissen Franse vlaggen naast die van Israël en demonstranten verzamelden zich bij het gemeentehuis om hun steun te betuigen aan de Franse joden.

Israël was solidair met de Franse Joden net zoals de Joodse gemeenschap in Frankrijk altijd achter Israël hebben gestaan.
Die solidariteit kwam ook tot uiting in de vastbeslotenheid van de Israëlische leiders om naar Parijs te reizen om hun solidariteit met Frankrijk en de Joodse gemeenschap daar te tonen.

De Israëlische media berichtten dat de Franse president Hollande aanvankelijk niet wilde dat premier Netanyahoe naar Parijs zou komen. Toen bleek dat Netanyahoe daar geen boodschap aan had werd besloten om ook de Palestijnse president Mahmoud Abbas voor uit te nodigen voor de “antiterreur” manifestatie in Parijs.

Zo kon het gebeuren dat de man die de terreuraanslag op Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen in München 1972 financierde en vorig jaar een regering vormde met Hamas, meeliep in de eerste gelederen van een van de grootste demonstraties tegen (moslim) terrorisme ooit gehouden.

De Franse regering kon het ook niet waarderen dat premier Netanyahoe tijdens zijn toespraak in een synagoge in Parijs de Joden in Frankrijk opriep terug te keren naar hun historische thuisland (Israël). Deze oproep leverde de premier ook kritiek op in eigen land. Israëlische commentatoren wezen op het gevaar dat deze oproep meer terreur tegen Franse joden zou kunnen veroorzaken. De Islamisten die de aanslagen op Joden in Frankrijk plegen willen hen immers zodanig intimideren dat zij het land zullen ontvluchten.

De Franse Joden lijken echter geen aanmoediging meer nodig te hebben om Frankrijk te verlaten. In 2014 informeerden 50.000 Franse Joden naar de mogelijkheden om te emigreren (Aliyah) naar Israël. Het aantal Franse Joden dat vorig jaar naar Israël emigreerde verdubbelde (7000) ten opzichte van 2013. Voor de aanslagen in Parijs werd in Israël rekening gehouden met een aantal van 15.000 Franse immigranten voor dit jaar, maar dit zal nu waarschijnlijk nog hoger worden.
Vele Franse Joden kochten tot voor kort een appartement in Israël om vakantie te houden. In Eilat bijvoorbeeld is een hele nieuwe wijk die een groot gedeelte van het jaar leeg staat omdat de eigenaren in Frankrijk wonen.
Maar nu overwegen dezelfde eigenaren om er permanent te gaan wonen. Makelaars en projectontwikkelaars maken melding van grote Franse interesse in huizen in de prijsklasse van 1,5 miljoen tot 2 miljoen N.I.S in heel Israël.
De Franse Joden zijn niet de enigen die zich niet meer thuis voelen in Europa. Vijfenveertig procent van de Engelse Joden zien voor zichzelf geen toekomst meer in het Verenigd Koninkrijk. Uit een onderzoek dat gehouden werd door een nieuwe organisatie Campagne tegen het antisemitisme (CAA) in Engeland bleek dat zelfs 58% vindt dat Joden in heel Europa geen toekomst meer hebben.

Dat wil echter niet zeggen dat de Joden in Engeland ook daadwerkelijk overwegen te emigreren. Uit het CAA onderzoek bleek dat een kwart van de Britse Joden de laatste tien jaar had overwogen om Engeland te verlaten. De emigratie van Britse Joden naar Israël is echter nauwelijks toegenomen.

Uit de ontwikkelingen in Engeland en Frankrijk kan de conclusie getrokken worden dat Joden zich in toenemende mate onzeker en onveilig voelen in Europa. 

Hetzelfde gevoel van onveiligheid en buiten geslotenheid speelt ook Joden in Nederland parten.

Vorige week besloot het bestuur van de Vrije Universiteit om een geplande anti Israël manifestatie op haar campus niet door te laten gaan. De manifestatie was georganiseerd door de pro Palestijnse studenten beweging SRP (Studenten voor een Rechtvaardig Palestina) die de universiteit “Israel-vrij” wilde maken. De beslissing van de VU kwam nadat Joodse studenten hadden aangegeven zich in toenemende mate onveilig te voelen op de universiteit.

De voorzitter van de VU Jaap Winter gaf de volgende toelichting op het besluit:
“Wij vinden dat het op de universiteit uiteraard mogelijk moet zijn om een open en eerlijk debat te voeren over lastige, gevoelige en controversiële onderwerpen, zoals de Palestijnse kwestie. Wij hebben vandaag gemerkt dat in het licht van de maatschappelijke onrust ontstaan door de gebeurtenissen van vorige week, het debat gevoelens van uitsluiting en onveiligheid oproept binnen de universitaire gemeenschap. Daarom hebben wij onze beslissing herzien en besloten om nu dit debat niet te laten plaatsvinden.”

De SRP zet zich onder andere in voor het verbreken van samenwerkingsverbanden van de Vrije Universiteit met Israël, hetgeen wordt uitgedragen met de slogan ‘VU Israël-vrij’, zei Winter.
Hij vervolgde: “Dit is niet het beleid van de Vrije Universiteit en wij nemen ook expliciet afstand van dit standpunt. Onze universiteit heeft een lange traditie van dialoog en gesprek, een academische boycot vinden wij daar niet mee te verenigen.

Afgelopen vrijdag werd in Nederland voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog besloten om een Joodse school tijdelijk te sluiten vanwege angst voor terreuraanslagen.

Het ging om de orthodoxe Cheider school in Amsterdam Buitenveldert. Rabbijn Benjamin Jacobs nam het besluit nadat ook in België de Joodse scholen werden gesloten.