Missing Peace | missingpeace.eu | NL

Vitens,The Rights Forum en de feiten over water in Israël

Door Missing Peace

Begin december 2013 maakte het Nederlandse waterbedrijf Vitens bekend dat het een onlangs gesloten samenwerkingsverband met het Israëlische waterbedrijf Mekorot zou beëindigen.

Vitens verklaarde dat men groot belang hecht aan internationale wet- en regelgeving en dat het besluit was genomen na overleg met het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat een ontmoedigingsbeleid zou hebben gevoerd aangaande de samenwerkingsovereenkomst.

Het gesprek tussen Vitens en het ministerie vond plaats nadat minister Ploumen een ontmoeting met het Israëlische waterbedrijf had afgezegd.

De pro-Palestijnse organisatie The Rights Forum die wordt geleid door ex-premier Van Agt, en waar enkele prominente Nederlandse ex-politici lid van zijn, reageerde verheugd op het besluit van Vitens. De organisatie verklaarde dat Vitens’ besluit ‘verstandig en noodzakelijk’ was.

The Rights Forum (TRF) besteedt veel aandacht aan de waterproblematiek op de Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria) en is actief om de zaak op de politieke agenda te krijgen in Nederland.

Op de website van TRF vindt men verschillende artikelen waarin Israel en Mekorot exclusief verantwoordelijk worden gehouden voor de waterproblematiek in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever.

Zoals eerder is gebleken baseert TRF zich daarbij uitsluitend op Palestijnse bronnen of op informatie die men krijgt van pro-Palestijnse organisaties. Het gevolg hiervan is dat men onjuiste of onvolledige informatie verspreidt.

De feiten tegenover de beweringen

Hieronder vindt u een aantal veel gehoorde beweringen over de waterproblematiek in Gaza en op de Westoever die op de TRF website werden aangetroffen.

Onder iedere bewering vindt u de feiten zoals die onder andere door de Zwitserse wetenschapper Lauro Burkart zijn onderzocht in zijn dissertatie “The politicization of the Oslo Water Agreement”. Verder gebruikten wij een academische studie van het BESA instituut van de Bar Ilan universiteit getiteld: “ The Palestinian Israeli waterconflict” en gegevens die ons werden aangeleverd door de Israëlische Water Autoriteit en het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken en Justitie.

De dissertatie van Burkart bevat bovendien veel originele documenten, waaronder de notulen van bijeenkomsten van het gezamenlijke watercomité (zie link hierboven).

Zoals Burkart aantoont in zijn dissertatie, heeft de Palestijnse Autoriteit water tot een wapen gemaakt in de strijd tegen Israel. Dit gebeurt onder andere door consequent Israel te blameren voor ieder probleem op het gebied van watermanagement en door de internationale gemeenschap te voorzien van onjuiste informatie over het waterprobleem. Verder heeft de Palestijnse Autoriteit bewust waterprojecten niet uitgevoerd (terwijl in veel gevallen de financiering daarvoor voorhanden was) en geen actie ondernomen tegen illegale activiteiten die de watervoorziening negatief beïnvloeden.

Mekorot wil niet meewerken aan de politisering van de waterproblematiek.

Het bedrijf weigerde te reageren op de aantijgingen van The Rights Forum en verwees ons door naar het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken (IMFA). De woordvoerder van IMFA, Yigal Palmor bevestigde dat Mekorot buiten de politieke discussie over water wil blijven.

Deze principiële houding van Mekorot kwam onlangs ook tot uiting toen het bedrijf 4 waterpompen leverde aan Hamas nadat delen van Gaza waren ondergelopen door extreme regenval begin december 2013.  De levering vond plaats op een moment dat Hamas de mythe de wereld in hielp dat de overstromingen het gevolg waren van het openen van (niet bestaande) dammen in Israel door Mekorot.

Vitens en het internationale recht

Vitens beweert dat haar besluit om de samenwerking met Mekorot te beëindigen is gebaseerd op respect voor de internationale wet- en regelgeving. Volgens TRF doelde Vitens daarbij echter op de Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever die TRF als illegaal beschouwt.

Vast staat dat Vitens niet gedoeld kan hebben op de internationale regelgeving over gedeelde waterbronnen zoals de ondergrondse reservoirs onder de bergen in de West-Bank (Judea en Samaria), die overigens voor het grootste deel binnen de zogenaamde groene lijn liggen. Deze regelgeving over het gebruik van water (anders dan voor scheepvaart) is complex; adresseert niet gedeelde ondergrondse waterbronnen en is over het algemeen niet bindend.

Bijvoorbeeld, de VN conventie over het gebruik van internationale waterstromen (anders dan voor scheepvaart) uit 1997 is nog altijd niet in werking getreden omdat slechts 16 van de benodigde 35 staten de conventie ondertekenden. Het gevolg is dat de conventie als aanbeveling wordt gebruikt.

Een getekende overeenkomst zoals het Oslo 2 waterakkoord tussen de staat Israel en de Palestijnse Autoriteit uit 1995 is echter wel juridisch bindend. Dat akkoord voorzag onder andere in de levering van water aan de Israëlische nederzettingen door Israel. Na de ondertekening van het akkoord koppelde Israel deze nederzettingen aan het Israëlische net (Mekorot) maar liet de al bestaande waterlevering door Mekorot aan Palestijnse dorpen in tact.

De watervoorziening aan Palestijnen die in de PA bestuurde gebieden wonen is sinds de ondertekening van de akkoorden de verantwoordelijkheid van de Palestijnse Water Autoriteit (PWA). Israel heeft zich slechts verplicht om aanvullend water te leveren aan de PWA  – dat van het Israëlische net afkomstig is – en om in samenwerking met de PA te werken aan waterprojecten op de Westelijke Jordaanoever.

Vitens kan zich dus niet beroepen op internationale wet- en regelgeving met betrekking tot de verdeling van water op de Westelijke Jordaanoever wanneer men de samenwerking met Mekorot wil verbreken.

De volgende beweringen over het waterconflict zijn afkomstig van de TRF website:

Bewering TRF

Terwijl in delen van de bezette Westelijke Jordaanoever acute waterschaarste heerst, onttrekken de Israëlische autoriteiten water aan dat gebied voor consumptie in Israël. Mekorot maakt het mede mogelijk.

Feiten:

De hoeveelheid water die de Palestijnen jaarlijks tot beschikking staat werd geregeld in het Oslo 2 akkoord. Om dit akkoord uit te voeren werd een gezamenlijk Palestijns Israëlische water comité (JWC) opgericht dat tot 2009 onafgebroken functioneerde en besluiten nam over allerlei waterprojecten op de Westelijke Jordaanoever.

De verbroken samenwerking sinds 2009 is een gevolg van een wijziging in de politiek van de Palestijnse Autoriteit die werd vastgelegd in een rapport van de Palestinian Strategy Group uit 2008 getiteld “Regaining the initiative”.

De doelen van het Oslo waterakkoord zijn gehaald waar het om de waterquota ging. In 2006 bijvoorbeeld lag de Palestijnse waterconsumptie op 178 miljoen m3 per jaar terwijl het akkoord uitging van een uiteindelijk gebruik van 200 miljoen m3.

Dat water moest door de Palestijnse Water Autoriteit deels zelf worden opgepompt uit de ondergrondse reservoirs. Daarnaast verplichtte Israel zich om 31 miljoen m3 water te leveren via Mekorot. Dat betrof water afkomstig van bronnen in Israel. In de praktijk leverde Israel echter nog eens 21 miljoen m3 water aan de PWA.

Israel gebruikt geen water dat onder het Oslo 2 akkoord is toegewezen aan de Palestijnen. Ook wordt geen water uit de ondergrondse reservoirs vanuit de Westoever naar Israel getransporteerd.

Bewering TRF

Mekorot levert bovendien meer en goedkoper water aan nederzettingen, dan aan Palestijnen. Kolonisten gebruiken 6 keer zoveel water als de Palestijnen

Het water dat in nederzettingen wordt gebruikt valt binnen het Israëlische quotum zoals afgesproken in het Oslo 2 akkoord. Van de 100 miljoen m3 water die Mekorot vanuit Israel de West Bank in pompt is 52,5 m3 bestemd voor de Palestijnen en 47,5 miljoen m3 voor de Israëlische nederzettingen. Daarnaast bestaan er door de JWC geautoriseerde bronnen nabij nederzettingen. Wanneer we nu in aanmerking nemen dat 300.000 Israëli’s leven in deze nederzettingen, dan komt dat neer op een verbruik van 158,3 m3 per jaar. Dit komt ruwweg overeen met het Israëlische gemiddelde en ligt 50% hoger dan het gemiddelde Palestijnse waterverbruik.

De prijs voor het water dat aan de PWA wordt geleverd, werd onder het JWC prijs protocol vastgesteld op 2,6 NIS per m3. Israëlische gemeentes, inclusief die op de Westelijke Jordaanoever, betalen gemiddeld 3.86 m3 per m3. De PA betaalt dus aanzienlijk minder dan de nederzettingen voor het water dat Mekorot levert.

Bewering TRF

In droge maanden vermindert Mekorot de waterhoeveelheid voor Palestijnen om de ononderbroken watertoevoer voor nederzettingen te waarborgen.

Zoals we eerder al schreven levert Israel via Mekorot meer water aan de Palestijnen dan het verplicht is onder het Oslo 2 waterakkoord. Daarnaast zijn de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever gekoppeld aan het Israëlische netwerk. In de waterlevering door Mekorot zijn geen hiaten, behalve bij calamiteiten zoals gesprongen leidingen en onderbrekingen door waterdiefstal.

TRF doelt hier waarschijnlijk op de situatie in de door de PWA gecontroleerde gebieden waar in de zomermaanden niet de gehele dag water wordt geleverd. B’Tslem de pro-Palestijnse Israëlische NGO schreef in een rapport over watergebrek in de PA dat tankers in de zomermaanden drinkwater leveren aan Palestijnen maar dat de PA niets doet aan de torenhoge prijzen die men voor dat water vraagt. ( Tussen de 15 en 40 NIS per m3). Het gevolg is dat veel Palestijnen niet in staat zijn om genoeg water te kopen.

Waterdiefstal door Palestijnen is een van de redenen dat er hiaten in de leveranties ontstaan. Bijvoorbeeld de hiaten in de leverantie in Hebron, Kiryat Arba, Bani Naim en Beita ontstonden doordat de inwoners van de Palestijnse dorpen Sair en Shuyukh illegale tappunten aanlegden in het Mekorot netwerk. Dat water werd gebruikt voor de irrigatie van velden aan de rand van de Judea woestijn. De voortdurende diefstal in het gebied dwong Mekorot om een nieuwe pijp aan te leggen via een andere route. In totaal wordt er jaarlijks 3,5 miljoen m3 water gestolen door Palestijnen.

Bewering TRF

Terwijl Mekorot de Palestijnse watermarkt controleert, belemmert het de toegang van Palestijnen tot voldoende water en draagt het bij aan de acute watercrisis in delen van de Westelijke Jordaanoever.

Mekorot controleert de Palestijnse watermarkt niet, dat doet de PWA. De quota zoals die in de Oslo akkoorden werden afgesproken, inclusief de allocatie van extra water vanwege toegenomen gebruik, zijn door Israel geleverd en zelfs meer dan dat.

De toegang tot water wordt door de PWA zelf belemmerd. Zo is het verlies aan drinkwater in het door de PWA beheerde waternet meer dan 33%. Dit wordt veroorzaakt door lekkages. (In Israel is dit iets meer dan 10%).

Er zijn meer dan 20 waterprojecten die goedgekeurd zijn door de JWC en COGAT (Israëlisch Civiel bestuur) in Area C op de Westelijke Jordaanoever, maar die door de PWA niet werden uitgevoerd.

Verder lieten de Palestijnen sinds de ondertekening van het Oslo 2 waterakkoord een enorme waterbron grotendeels onbenut. Dat is het oostelijke ondergrondse reservoir nabij de Judea woestijn waar de PWA bronnen kon boren maar dat onvoldoende deed. Het gaat om 60 miljoen m3 water. In totaal werd de boring van 70 bronnen in dit reservoir goedgekeurd, maar tot nu toe is de helft van die projecten niet uitgevoerd.

Vanwege het ontbreken van infrastructuur bij het meten van individueel watergebruik (meters) wordt het grootste deel van het water dat de Palestijnen via het net geleverd wordt, niet betaald. Dit werkt waterverspilling in de hand, men ziet immers geen rekening.

Verder wordt meer dan de helft van het drinkwater dat aan de Palestijnse bevolking wordt geleverd gebruikt voor agricultuur. In Israel is meer dan 70% van het water dat door boeren wordt gebruikt gezuiverd riool water, in de PA gebieden is dat 0%.

Tot slot er is geen sprake van een acute watercrisis op delen van de Westelijke Jordaanoever. De consumptie per hoofd van de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever bedraagt 95 m3 water. Er is echter per hoofd van de bevolking 124 m3 per jaar beschikbaar. In dit cijfer is verwerkt dat Palestijnen 17 miljoen m3 water verkrijgen door het boren van illegale bronnen. De World Health Organization heeft het minimum quotum drinkwater per persoon vastgesteld op 36 m3 per jaar.

Verder is het in dit verband belangrijk te vermelden dat van 1967 tot 1995 Israel de hoeveelheid water beschikbaar voor de Palestijnen verdubbelde van 60 m3 tot 120 m3 per hoofd van de bevolking per jaar. In 1967 was slechts 10% van de Palestijnse huishoudens aangesloten op het waternet. Vandaag is dat meer dan 95%.

Bewering TRF

Slechts 31% van Palestijnen op Westoever is aangesloten op een riolering. Oorzaak: Israël geeft geen bouwvergunningen af.

Uit het bovenstaande is al duidelijk geworden dat de Palestijnse Autoriteit sinds de ondertekening van het Oslo 2 waterakkoord verantwoordelijk is voor de waterinfrastructuur in de gebieden onder haar beheer. Ook is er sinds die tijd een gezamenlijk watercomité (JWC) werkzaam dat ook besluiten neemt over waterzuivering.

Het aanleggen van riolering is dus de verantwoording van de PA. Bovendien was het verbeteren van de waterinfrastructuur een verplichting voor beide partijen onder het Oslo 2 akkoord.

In gebieden op de Westoever die Israel controleert woont nu minder dan 10% van de Palestijnse bevolking, een aanzienlijk deel van hen zijn bedoeïen die als regel niet aangesloten zijn op riolering. Zij zijn nomaden die in tenten leven en rondtrekken in de woestijn.

Verder is de PA in gebreke gebleven bij de aanleg van rioolzuiveringsinstallaties. Projecten die werden goedgekeurd door de JWC werden niet uitgevoerd door de PWA en in sommige gevallen was het duidelijk dat de motivatie daarvoor uitsluitend politiek van aard was. Bijvoorbeeld een project van een rioolzuiveringsinstallatie nabij het Kidrondal in Jeruzalem oost die Israel wilde bouwen en waarvan het gezuiverde water naar de Palestijnse boeren in de Jordaanvallei zou worden getransporteerd, werd door de PWA afgewezen om politieke redenen.

Het dumpen van rioolwater is een groot probleem dat in de eerste plaats wordt veroorzaakt door het ontbreken van infrastructuur in de door de PA gecontroleerde gebieden. Daarnaast is het zo dat minder dan 2% van de 56 miljoen m3 rioolwater die door de Palestijnen worden geproduceerd wordt gezuiverd. De internationale gemeenschap heeft in totaal 500 miljoen dollar aan hulp gereserveerd voor het realiseren van rioolwater zuiveringsinstallaties. Israel heeft voortdurend gehamerd op het uitvoeren van deze projecten maar tot nu toe is er maar een installatie (Bireh) gebouwd. Deze installatie wordt bovendien niet goed onderhouden en het gerecyclede water wordt niet gebruikt voor de Palestijnse landbouw maar gedumpt nabij de Wadi Qelt bron die als gevolg hiervan vervuild is.

Toen Israel bij monde van kolonel Avi Shalev, het toenmalige hoofd van COGAT, in november 2009 aanbood om rioolwater zuiveringsinstallaties in de PA gebieden te financieren, bleef een antwoord van de PA uit.

Bewering TRF

Dankzij Mekorot gedijt in de Jordaanvallei een intensieve en winstgevende ‘nederzettingenlandbouw’, terwijl de bestaansmogelijkheden van Palestijnse gemeenschappen daar steeds kleiner worden.

Inderdaad gedijt in de Jordaanvallei een intensieve en winstgevende landbouw. Die is echter niet beperkt tot de Israëlische nederzettingen daar.

Wie frequent de Jordaanvallei bezoekt zal de laatste jaren de metamorfose in de lokale Palestijnse landbouw niet zijn ontgaan. Gronden die voorheen niet werden geïrrigeerd hebben nu het fameuze Israëlische druppelsysteem en het zelfde geldt voor de toepassing van andere moderne landbouwmethodes. Het gevolg is dat de boeren meer en betere kwaliteit groenten produceren. Deze ontwikkeling is het gevolg van de coöperatie tussen locale Israëlische en Palestijnse boeren en het Israëlische civiele bestuur.

Palestijnse boeren exporteren zelfs producten voor Israëlische landbouwers en helpen hun collega’s zo om boycotmaatregelen te omzeilen. In het dorp Quja is bijvoorbeeld een coöperatief pakhuis geopend waar de producten van Palestijnse en Israëlische boeren klaargemaakt worden voor verzending.

Moderne landbouw methodes bij Palestijnse boeren in het noorden van de JordaanvalleiModerne landbouw methodes bij Palestijnse boeren in het noorden van de Jordaanvallei
Groentenwinkel Palestijnse boer in JordaanvalleiGroentenwinkel Palestijnse boer in Jordaanvallei

Bijna alle water in de Jordaanvallei wordt door Mekorot geleverd, ook aan de Palestijnse dorpen (area C). De uitzondering is Jericho (Area A) en sommige dorpen in het noorden van de vallei, waar de PWA het water levert.

Van de 89.510.250 m3 water die de Palestijnen in 2008 gebruikten voor de agricultuur werd 36.051.000 m3 gebruikt door Palestijnse boeren in de Jordaanvallei, ruwweg 35% dus. Dit zijn cijfers die afkomstig zijn van Palestijnse instanties. Aan te nemen valt dat door de introductie van de Israëlische irrigatiemethodes de Palestijnse boeren nu minder water nodig hebben. Voorheen was het de gewoonte om een veld tijdelijk onder te laten lopen. Palestijnse boeren in het noorden van de Jordaanvallei die wij in het kader van het onderzoek van dit rapport spraken ontkenden dat zij nu watertekort hebben.

Volgens het Oslo waterakkoord zou Israel jaarlijks 5.07 miljoen m3 aan de Palestijnen in de Jordaanvallei hebben moeten leveren. In werkelijkheid leverde Israel de laatste jaren gemiddeld 1,5 miljoen m3 water meer.

In Jericho gaat de waterverspilling onverminderd door. Daar werd in 2008 door de 43.101 inwoners 3,6 miljoen m3 drinkwater verbruikt. Dat komt neer op 229 m3 per hoofd van de bevolking per jaar. Dat is het hoogste cijfer in de door de PA bestuurde gebieden, in Ramallah bijvoorbeeld lag het cijfer op 141 m3 per hoofd van de bevolking. Het verbruik in Jericho is ook veel hoger dan het gemiddelde verbruik in Israel, dat lag in 2009 op 154 m3 per hoofd van de bevolking.

Bewering TRF

De blokkade die Israël sinds 2007 heeft ingesteld is de directe oorzaak van de kritieke watersituatie in Gaza.

Zoals bekend heeft Israel zich in 2005 volledig teruggetrokken uit Gaza. Tot die tijd was het waterakkoord tussen Israel en de PA uit 2004, dat de watervoorziening in Jericho en Gaza regelde, van kracht. Na de ondertekening van dat akkoord was de PWA verantwoordelijk voor de waterinfrastructuur in Gaza met uitzondering van de Israëlische nederzettingen zoals Gush Katiff. Het water in Gaza was afkomstig uit het ondergrondse reservoir in het gebied. Israel verplichtte zich in 1995 (Oslo 2) om 5 miljoen m3 extra water te leveren afkomstig van het Israëlische waternet. Kort daarop legde Israel een waterpijp aan tot de grens met Gaza om aan de leveringsverplichting te voldoen. De PA verzuimde echter om de pijp aan het PWA netwerk te koppelen.

In 2005 na de ontruiming van Gush Katiff werden alle waterinstallaties van Mekorot in Gaza, inclusief 25 bronnen, aan de PWA overhandigd. Vanaf die tijd zijn alle waterinstallaties in Gaza onder exclusief Palestijns beheer.

Na de Israëlische terugtrekking uit Gaza werden 3000 illegale waterbronnen geboord in de Gaza strook. In totaal zijn er nu 5000 waterbronnen in Gaza, deze bronnen hebben het waterniveau in het ondergrondse reservoir drastisch naar beneden gebracht. Doordat er in de Gazastrook ook geen rioolwater wordt gezuiverd is de kwaliteit van het water uit het ondergrondse reservoir drastisch afgenomen (verzilting en vervuiling). Dit heeft geleid tot onherstelbare ecologische schade aan het reservoir.

De oplossing zou zijn het bouwen van ontziltingsinstallaties. USAID heeft aangeboden om de bouw van dergelijke installaties te financieren en Israel bood aan om water te leveren dat afkomstig is van de Israëlische ontziltingsfabriek in Ashqelon. Tot nu toe hebben de autoriteiten in Gaza echter geen actie ondernomen. Hetzelfde geldt voor de bouw van waterzuiveringsinstallaties in Gaza. Hamas weigerde te voldoen aan een van de eisen van internationale donoren voor het bouwen van een zuiveringsinstallatie. Die eis was dat Israëlische bedrijven ook mee zouden kunnen dingen naar het verkrijgen van de bouwopdracht.

Uit dit alles blijkt dat de Palestijnse autoriteiten in Gaza exclusief verantwoordelijk zijn voor de inderdaad dramatisch slechte watersituatie in het gebied.

Israel heeft zelfs tijdens militaire acties in Gaza  altijd de watervoorziening veiliggesteld. Bijvoorbeeld tijdens operatie Cast Lead in 2008/9 onderhielden de Israëlische militaire autoriteiten voortdurend contact met de Palestijnse autoriteiten om de watervoorziening op peil te houden. Tijdens deze operatie leverde Israel 234 ton gas, water en waterzuivering kits aan Gaza.

Bewering TRF

Israël onttrekt 86% van het grondwater van onder de Westoever, voor eigen gebruik.

Vooraf dient te worden opgemerkt dat de westelijke reservoirs onder de Westelijke Jordaanoever zich voor meer dan 60% uitstrekken onder Israel binnen de zogenaamde groene lijn.

Voor 1967 gebruikte Israel 340 miljoen m3 van het water in het Westelijke basin tegenover 20 miljoen m3 door de Palestijnen. Voor het noordelijke bassin was de verhouding 115 miljoen tegenover 25 miljoen m3.

Na 1967 veranderde er vrijwel niets in dit watergebruik. Echter sinds de oprichting van de Palestijnse Autoriteit begonnen de Palestijnen op grote schaal illegale bronnen te boren in beide bassins.

Volgens internationale legale normen is het bestaande waterverbruik de belangrijkste parameter bij het vaststellen van toekomstige waterverdeling omdat het effectief de waterbehoefte van de populaties weerspiegelt. Israel heeft dus veruit de beste juridische claim op de ondergrondse bassins in het westen en het noorden.

Het Oslo 2 akkoord is bepalend voor de waterbehoefte van- en de waterleverantie aan de bevolking op de Westelijke Jordaanoever en bevestigde slechts dat de Palestijnen bepaalde rechten hebben op het water in de ondergrondse bassins. De Palestijnen claimen de bassins omdat in de winter het water voornamelijk via de bergen in Judea en Samaria (het beoogde gebied van een Palestijnse staat) in de bassins stroomt. Daar staat tegenover dat de overloop van de bassins uitsluitend via bronnen in Israel plaatsvindt (Yarkon en Taninim in het westen bijvoorbeeld). Deze geografische en hydrologische factoren spelen mede een rol bij het sluiten van een toekomstig definitief akkoord over de verdeling van het water.

Voorlopig is het Oslo 2 akkoord echter bepalend voor het gebruik van water op de Westoever.

kaart van de ondergrondse waterreservoirskaart van de ondergrondse waterreservoirs

Politisering

Lauro Burkart  interviewde voor zijn wetenschappelijk onderzoek over het waterconflict onder andere Yossi Dreizin, een voormalige beleidsmaker van de Israëlische Water Autoriteit. Die onthulde dat hij in 2004 een allesomvattend plan voor het waterbeheer in de regio opstelde. Het plan bevatte onder meer het transport van water uit de Israëlische ontziltingsfabriek nabij Hadera naar het noorden van de Westoever en de constructie van rioolwater zuiveringsinstallaties in de het gehele gebied. Het plan kreeg voldoende financiering van donorlanden en werd geaccepteerd door het plaatsvervangend hoofd van de PWA Fadel Qawash. De hele onderneming mislukte uiteindelijk vanwege obstructie door PA leider Yasser Arafat.

De politisering van het waterdispuut verergerde in 2008 toen Shaddad Atili werd benoemd tot hoofd van de PWA. Shatili omschreef de stichting van de staat Israel als het begin van het waterprobleem in de regio. Hij heeft de overtuiging dat de voortdurende Israëlische bezetting de voornaamste reden is voor het falen van de Palestijnse watersector.

Burkart’s onderzoek en de BESA studie laten echter zien dat de omgang het Palestijnse leiderschap bewust de ontwikkeling van de Palestijnse watersector frustreert en water gebruikt als een wapen in de strijd om de publieke opinie.

Ter illustratie van het bovenstaande is het voldoende te kijken naar de obstructie bij de ontwikkeling van rioolzuiveringsinstallaties op de Westoever.

Zoals eerder werd aangegeven wordt slechts 2 miljoen m3 rioolwater van de 52 miljoen m3 die de Palestijnen op de Westoever produceren gezuiverd. Israel heeft een duidelijk motief om aan deze situatie een einde te maken omdat 50 miljoen m3 ongezuiverd rioolwater of Israel instroomt (17 miljoen m3), of het grondwater op de Westoever verontreinigt en de ondergrondse bassins vervuilt (33 miljoen m3).

In 2003 werd een gezamenlijk JWC memorandum ondertekend waarin het niveau van waterzuivering werd afgesproken (20/30 BOD). Nadien beweerde de PA dat Israel onredelijk hoge eisen stelde aan het niveau van waterzuivering (10/10 BOD). Het JWC memorandum bewees dat dit slechts een excuus was om niets te doen aan de rioolwater zuivering.

Later diende de PWA op verzoek van de JWC een lijst in van 35 geplande Palestijnse afvalwater zuiveringsprojecten. Ondanks het feit dat de meeste van deze projecten al werden goedgekeurd door de betreffende instanties is er tot nu toe niet een voltooid. Sommigen zijn nu in de planningsfase en hebben al buitenlandse financiering (Voornamelijk vanuit Duitsland) anderen zoals een project dat 20 Palestijnse dorpen in de omgeving van de Kane rivier moest voorzien van een rioolwater verzamelsysteem (waarna zuivering in Israel zou plaatsvinden) werden door een Palestijnse politieke beslissing getorpedeerd.

Het hoofd van de PWA Shaddad Attili realiseerde zich dat Israel afhankelijk is van de coöperatie met de PA op het gebied van het waterbeheer omdat de PA in een zogenaamde ‘upstream’ positie zit ten opzichte van Israel. De vloed van onbehandeld rioolwater beïnvloedt uiteindelijk ook de watervoorziening in Israel binnen de groene lijn. Het doel van Attili is niet omdat het probleem van de waterschaarste op te lossen maar om de Israëlische aanwezigheid op de Westoever te bevechten.

Conclusie

Uit het bovenstaande is duidelijk geworden dat The Rights Forum geen betrouwbare bron is voor informatie over het waterdispuut tussen de PA en Israel. Integendeel, vrijwel alle beweringen over dit dispuut op de website van TRF zijn onwaar.

Gebleken is echter dat Nederlandse politici en bedrijven ontvankelijk zijn voor de soort incorrecte informatie dat TRF in Nederland verspreidt.

TRF draagt slechts bij aan de politisering van de waterproblematiek en aan intensivering van het conflict tussen de Palestijnen en Israel.

Het valt te betreuren dat Nederlandse politici en het waterbedrijf Vitens zich nu ook hebben gemengd in de politisering van deze waterproblematiek.