Missing Peace | missingpeace.eu | NL

Ya’acov lo met : Yahrzeit herdenking in Jeruzalem

Door Missing Peace

Azkarah Eliyahu Davidov 2013

Azkarah bij het graf van Eliyahu Davidov in Jeruzalem Juli 2013

Yochanan Visser

Een van de meest bijzondere aspecten van het Joodse leven is de wijze waarop wordt omgegaan met het begraven van de doden en met rouwverwerking. Deze verschilt wezenlijk met wat gangbaar is in bijvoorbeeld de Nederlandse samenleving.

De begrafenis rituelen zijn bijvoorbeeld voor een ieder gelijk. De dode wordt verder – indien mogelijk – binnen vierentwintig uur begraven en behalve in bijzondere gevallen wordt er geen kist gebruikt

Een ander aanmerkelijk verschil met wat gangbaar is in het Westen is de periode na de begrafenis. Eerst wordt er zeven dagen rouw (Shiva) in acht genomen. De familie van de overledene, die op lage stoelen zit, wordt dan bezocht door bekenden en vrienden die vaak maaltijden verzorgen.  In Israel is het algemeen gebruik dat ook onbekenden de familie bezoeken.

Na dertig dagen wordt de eerste herdenking bij het graf gehouden. Dan is ook de grafsteen op het graf geplaatst en een ieder die eer wil bewijzen aan de dode bezoekt dan het graf. Er worden kaarsen aangestoken en Tehilim (Psalmen) gereciteerd.  Ook wordt het Kaddish gebed voor de overledene  gezegd. Dit Kaddish gebed wordt gedurende een jaar drie keer per dag gereciteerd in de synagoge door de meest directe nabestaanden van de overledene (kinderen en broers).  Verder is het gebruik dat men herinneringen ophaalt aan de overledene en na afloop is er een speciale maaltijd (Seoedat Mitzvah).

Ieder jaar wordt op de sterfdag van de overledene een herdenking (Azkarah) gehouden. Die dag wordt aangeduid met het woord Jahrzeit, dat afkomstig is uit het Yiddish.

In Israel heet de herdenking ‘Azkarah’ een aanduiding die afkomstig is van het werkwoord Lehazkir, hetgeen herdenken betekent.

Vorige week vond een dergelijke herdenking plaats in de wijk Pisqat Ze’ev in Jeruzalem waar de familie Davidov samenkwam om het overlijden van Eliyahu Davidov (80) te herdenken. Eliyahu stierf vier jaar geleden na een langdurige ziekte.

Eliyahu kwam samen met zijn zwangere vrouw Sarah veertig jaar geleden vlak na de Yom Kippoer oorlog uit Tashkent in Israel aan, samen met hun acht kinderen.  De beslissing om te emigreren ( aliyah) naar Israel werd ingegeven door toenemend antisemitisme in het Islamitische Oezbekistan en de onmogelijkheid om Joods te leven in de Sovjet Unie. Eliyahu zag het teken aan de wand en besefte dat de toekomst van zijn kinderen in Israel lag.

In Israel werd het negende kind David geboren in het opvangcentrum voor nieuwe immigranten in Beer Sheva. De familie vestigde zich later in Jeruzalem waar bijna iedereen nog altijd woont.

David had dit jaar op zich genomen om de herdenking in zijn appartement te houden. De jongste zoon had kosten nog moeite gespaard om zijn overleden vader te eren. In de tuin stonden lange gedekte tafels klaar voor de maaltijd later op de avond.

Tegen zonsondergang was bijna de gehele familie (ca. 100 personen) gearriveerd en werd door de aanwezige mannen eerst het zogenaamde Mincha gebed uitgesproken.  De zoons van Eliyahu reciteerden het Kaddish gebed voor de overledenen.

De oudste zoon Ariel las daarna  gedeeltes uit de Thora en Mishnah (de mondeling overgeleverde Joodse wet die later door Rabbijn Yehuda HaNassi op schrift werd gesteld).

Na het invallen van de duisternis werd het Araviet (avond) gebed gereciteerd,  gevolgd door opnieuw Kaddish.

Daarna hielden de aanwezige rabbijnen toespraken. Het centrale thema in die redevoeringen was de wijze waarop Eliyahu vorm had gegeven aan de opvoeding van zijn kinderen en aan het in stand houden van de familie eenheid daarna. Ook kwam naar voren dat hij een visionair was geweest die vooral naar de toekomst van de familie keek.

Dit thema kwam ook terug in de toespraken die leden van de familie hielden daarna. Een jongere broer van Eliyahu, Nathan, haalde herinneringen op aan de Tweede Wereldoorlog toen de Eliyahu honger in de familie voorkwam door op elf jarige leeftijd allerlei wegen te vinden die de familie inkomen opleverde.

Uit de woorden die de kinderen  na de maaltijd spraken daarna werd duidelijk dat Eliyahu iemand was geweest die in iedere situatie verantwoordelijkheidsbesef toonde en dat zijn heengaan als een groot verlies  werd en wordt gevoeld. 

De bijzondere avond werd afgesloten door David die wees op geest van vader die hem nooit had verlaten en die hem ook op deze avond had begeleid.

Dit deed mij denken aan de uitleg die Rabbijn Shlomo Riskin ooit gaf op het laatste hoofdstuk van het boek Genesis (Bereshiet) waarin de laatste dagen van Jacob worden beschreven.  In tegenstelling tot wat er geschreven staat bij het overlijden van andere patriarchen  gebruikt de Thora het woord dood niet bij het heengaan van Jacob. Er staat geschreven dat ‘hij zijn voeten terugtrok in bed en dat hij werd verenigd met zijn volksgenoten’.

De Rabbijnen van de Talmoed leggen uit dat Jacob niet dood ging in de zin die wij kennen (Ya’acov lo met). Jacob leefde voort in zijn nageslacht.

Rabbijn Riskin voegde daaraan toe dat Jacob een visionair was die had geleerd om de toekomst van zijn familie in iedere omstandigheid veilig te stellen. Denk bijvoorbeeld aan de vlucht van Laban en de ontmoeting met Esav later.

Zijn vermogen om de eenheid in de familie te bewaren ondanks ernstige crisissen was zijn grootste verdienste.

Die verdienste voorkwam dat de familie uiteenviel en zorgde ervoor dat het volk Israel geboren werd. Mensen van een dergelijk statuur blijven voortleven in de wereld, aldus Rabbijn Riskin.

 ‘De daden van de voorvaderen zijn een aanwijzing voor de latere generaties’ volgens de Talmoed. De herdenking in Pisqat Ze’ev maakte duidelijk dat Eliyahu Davidov dit principe goed had begrepen en dat ook hij via zijn nageslacht voortleeft in Israel.