Missing Peace | missingpeace.eu | NL

PA onderdrukt vrijheid van meningsuiting op de West Bank

Door Missing Peace
Journalisten protesteren tegen PA repressie op de West Bank

Het onderstaande artikel gaat over de toenemende onderdrukking van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in de door de PA gecontroleerde gebieden op de West Bank.

Het meest recente voorbeeld daarvan is een rechtszaak tegen het Palestijnse TV station Al-Wattan.

Het Britse blad The Guardian berichtte deze week dat al-Wattan door de PA wordt aangepakt vanwege een gepubliceerd onderzoek naar corruptie door PA officials.

 Al-Wattan had gerapporteerd dat de zoon van een hooggeplaatste PA official  was toegelaten tot een Palestijnse universiteit terwijl hij niet aan de toelatingseisen voldeed.

Tussen 1996 en 2002 sloot de PA de kantoren van  al-Wattan TV al vijf keer.

Muamar Orabi de directeur van al-Wattan zei tegen The Guardian dat ‘journalisten in de PA de slechtste periode ooit meemaken’ en dat dit een ‘zeer gevaarlijke situatie’ is.

Al- Wattan kwam in februari ook al in het nieuws toen de IDF de zender uit de lucht haalde vanwege illegale uitzendingen, die onder andere het vliegverkeer op de Israëlische nationale luchthaven Ben Gurion hinderden.

De EU veroordeelde indertijd de IDF actie in scherpe bewoordingen. Catherine Ashton, de EU commissaris voor Buitenlands beleid,  sprak zelfs ten onrechte van een schending van de Oslo akkoorden.

Nu al-Wattan wordt aangepakt door de PA blijft het echter stil vanuit Brussel.

Ook is er nog geen Europese reactie gekomen op de PA campagne die erop is gericht om een einde te maken aan de vrijheid van meningsuiting in de gebieden onder Palestijns bestuur.

Abbas’ politiestaat

Door: Jonathan Schanzer

Vertaald vanuit het Engels

De regering van president Obama heeft regelmatig verkondigt dat de Verenigde Staten vreedzame activisten zal beschermen tegen regimes die hen onderdrukken.

Op 26 april jl. bijvoorbeeld,  heeft het Witte Huis opdracht gegeven om  technologiebedrijven aan te pakken die Iran en Syrië te helpen bij het plegen van mensenrechtenschendingen. Deze twee landen worden door leden van het Congres gezien als “zones van elektronische repressie”

Daarmee doelt men op regimes die gebruik maken van moderne technologieën om de activiteiten van voorstanders van democratische hervormingen de kop in te drukken..

Maar ondanks deze maatregelen, miste Obama een kans om positieve verandering te weeg te brengen in een regering waarover de Verenigde Staten veel meer invloed heeft dan over Syrie en Iran.  Daarbij gaat het om het steeds repressiever wordende regime van PA president Mahmoud Abbas op de West Bank.

Dezelfde dag dat het Witte Huis opdracht gaf om mensen rechtenschendingen via technologie tegen te gaan, publiceerde het Palestijnse persbureau Ma’an News een onthutsend verhaal.  Ma’an rapporteerde dat  PA  functionarissen ” opdracht hebben gegeven aan Palestijnse internet providers om nieuwssites, die kritisch staan ten aanzien van  Abbas, te blokkeren.”

Dit was een  geautoriseerde operatie. Alle tekenen wijzen erop dat de opdracht om de websites te blokkeren rechtstreeks van de regering in Ramallah kwam.

Het Ma’an artikel, dat een PA ambtenaar citeerde, meldde dat de Palestijnse procureur-generaal Ahmad al-Mughni persoonlijk opdracht gaf tot de sluiting.  Al Mugni op zijn beurt, handelde in opdracht van hogere kringen in de regering , hetzij in opdracht van het kantoor van de president,  hetzij in opdracht van een hoofd van de inlichtingendienst.”

Mughni was al eerder onder vuur gekomen voor andere draconische maatregelen om de vrijheid van meningsuiting in te perken.

In januari 2012, arresteerden de Palestijnse veiligheidstroepen Al-Ahram reporter Khaled Amayreh omdat hij kritiek had geuit op Abbas, en Hamas leider Ismail Haniyeh als de “legitieme Palestijnse premier” had aangeduid.

Ook arresteerden  Palestijnse veiligheidstroepen een aantal journalisten en bloggers vanwege het leveren van kritiek.

Onder hen was Jamal Abu Rihan, een Palestijnse blogger die op zijn Facebook-pagina schreef:  “De mensen willen een einde aan de corruptie.”

De arrestaties gaan door. De Palestijnse mensenrechtenorganisatie al-Haq (“de waarheid”) zei hierover het volgende: “het is moeilijk om precies te weten hoeveel mensen, waarvan duidelijk is dat hun arrestaties in strijd zijn met het recht op vrijheid van meningsuiting, zijn aangehouden.

Dit komt omdat de slachtoffers in veel gevallen gewoon worden beschuldigd van ‘strafbare feiten’. Dit wordt gedaan om de politieke motivatie voor hun arrestatie te verbergen.

In sommige gevallen lijken de arrestaties  bedoeld te zijn om Hamas aanhangers op te pakken. In andere gevallen lijken ze te zijn gericht op niet-gewelddadige politieke tegenstanders of critici van Abbas’ regime.

De repressie gaat echter verder dan de Palestijnse media.

In juli 2009 bande de Palestijnse Autoriteit Al-Jazeera van de Westelijke Jordaanoever nadat de nieuwszender had gemeld dat Abbas en het voormalige hoofd van de PA veiligheidsdienst in Gaza, Mohammed Dahlan medeplichtig waren aan de dood van Yasser Arafat.

In januari 2011, na de publicatie van interne documenten , die betrekking hadden op de Israëlisch Palestijnse vredesonderhandelingen (de zogenoemde Palestine Papers), probeerden Palestijnse veiligheids troepen om het Al-Jazeera kantoor in Ramallah te bestormen.

Deze en andere incidenten hebben hun uitwerking op de nieuws rapportage niet gemist. Het voormalige Palestijnse inlichtingendienst Fahmi Shabaneh merkte in 2010 al op dat “al-Jazeera en andere Arabische media zijn bang om iets te publiceren dat de Palestijnse Autoriteit boos zou kunnen maken.”

Te midden van al deze berichten publiceerde Human Rights Watch in april 2011 een 35-pagina’s tellend rapport met de titel “Geen nieuws is goed nieuws: geweld tegen  journalisten door de Palestijnse veiligheidsdienst.”

Uit dit rapport bleek dat  apparatuur van Palestijnse journalisten op de West Bank regelmatig in beslag werd genomen en dat journalisten willekeurig worden gedetineerd. Ook worden de journalisten uitgesloten van reizen naar het buitenland of worden aangevallen en gemarteld (in één geval) door de Palestijnse veiligheidsdiensten.”

Human Rights Watch gaf toe dat het geen duidelijke “instructies van PA leiders aan de veiligheidsdiensten” had kunnen traceren. De organisatie gaf echter wel aan dat het PA leiderschap volledig had gefaald om de heersende cultuur van straffeloosheid aan te pakken en dat dit duidde op” officieel beleid”.

De recente onthullingen door Ma’an maken echter duidelijk dat Abbas een beleid heeft ontwikkeld dat erop gericht is om kritische media berichtgeving geheel uit te bannen. Ook probeert men vrijheid van meningsuiting op het internet in te perken.

Het blijkt dat de PA niet alleen kritische geluiden onderdrukt via de officiële kanalen, maar in sommige gevallen ook gebruik maakt van niet wettige middelen.

Op 28 januari, legden hackers de website InLightPress plat.

Deze website beweerde dat Abbas zijn veiligheidsdiensten had bevolen om de telefoons van zijn politieke tegenstanders af te tappen.

Toen InLightPress terugkeerde online, beweerde de redactie dat de cyberaanval “kwam van de Palestijnse Autoriteit met de goedkeuring van president Abbas.”

De site beweerde verder dat Abbas een “crisis eenheid” had gecreëerd  onder leiding van Sabri Saidam, voormalig hoofd van de PA telecommunicatie en informatietechnologie, om de hacker aanval te coördineren.

Een week later, op 3 februari werd InLightPress opnieuw gehackt.                      De redactie verklaarde later:
“We weten nu wie het [de hackers] zijn, en waarom ze het deden.  Ze weten dat we niet zullen stoppen.” De site bleef vernietigende kritiek op Abbas publiceren.

In reactie daarop heeft de PA de toegang tot de Westelijke Jordaanoever geblokkeerd voor de medewerkers van InLightPress.

Een paar dagen later meldde de Amad website, die gesitueerd is in Gaza en ook kritisch is ten aanzien van Abbas, dat de Palestijnse gebruikers geen toegang tot haar website hadden, omdat de Palestijnse regering die toegang geblokkeerd had.

InLightPress (ILP) citeerde ook een ambtenaar van het Palestijnse Ministerie van Telecommunicatie en Informatietechnologie, die in feite de aantijgingen van de ILP bevestigde.

Hij zei dat de site verantwoordelijk is voor het verspreiden van “opruiing en leugens om zodoende de structuur van de Palestijnse samenleving te breken.” Als gevolg hiervan, beweerde hij, had de PA het “recht om zich te verdedigen tegen deze kwaadaardige en verdachte campagne.”

Maar een recht hebben is niet hetzelfde als gelijk hebben. De West Bank is nu het toneel van het ene schandaal na het andere.

Op 25 april, publiceerde de Palestijnse Telecommunications Company (Paltel) een verklaring waarin het bedrijf  toegaf dat het “geen andere keus had dan zich te houden aan orders van Palestijnse functionarissen om websites te blokkeren”.

Op 26 april, diende de Palestijnse minister van Communicatie en Informatietechnologie Mashour Abu Daka zijn ontslag in, officieel om “persoonlijke redenen”. Zaterdag jl. veroordeelde Abbas’ getrouwe Hanan Ashrawi de acties van haar regering publiekelijk.

 Zoals InLightPress en Ma’an beiden vermelden, is er voor de Palestijnen geen oplossing voor deze situatie.

Er lijkt geen enkele wet te zijn die de PA’s acties strafbaar maakt.

Abbas op zijn beurt schuift  op een handige manier alle kritiek op de Israëli’s af. Zo beweert hij dat de Israëlische aanwezigheid op de West Bank hem niet in staat stelt om democratische hervormingen door te voeren.

Als gevolg hiervan, lijkt het politieke klimaat op de West Bank steeds meer op dat van de Gazastrook, waar de ,door Iran gesteunde, terroristische groepering Hamas regeert met een ijzeren vuist.

De nieuwe maatregelen van de regering Obama, die zijn ontworpen om schendingen van mensenrechten met behulp van technologie te voorkomen, zouden de beste remedie kunnen zijn tegen Abbas’  pogingen om de politieke ruimte op de Westelijke Jordaanoever te domineren.

Maar de Amerikaanse president is er tot nu toe niet in geslaagd om op dit punt zijn retoriek in daden om te zetten.

Slechts enkele dagen nadat het schandaal uitbrak, ondertekende Obama een decreet voor het vrijgeven van 192 miljoen dollar hulp aan de Palestijnen.

Dit geld was tot nu toe bevroren door het Congres.

Obama gaf dit bedrag nu echter vrij met het argument dat het “belangrijk is voor de veiligheidsbelangen van de Verenigde Staten.”

De president tekende de verklaring zonder eerst te eisen dat Abbas maatregelen moet gaan nemen om de vrijheid van meningsuiting op de Westelijke Jordaanoever te garanderen.

Dit was een gemiste kans. Alleen directe interventie van de Verenigde Staten zal ervoor kunnen zorgen dat er meer vrijheid van meningsuiting zal komen voor Palestijnen die betrokken zijn bij deze belangrijke strijd.