Missing Peace | missingpeace.eu | NL

NOS en het Israëlische virus

Door Missing Peace

Israel vierde vorige week haar 64st Onafhankelijkheidsdag  (Yom Ha’atsmaoet).      

Zoals gebruikelijk, werden overal in het land vlaggen uitgehangen en waren de meeste Israeli’s in parken te vinden, waar de traditionele barbecue werd gehouden.

In de nationale media en in toespraken van politici werd vooral gewezen op het vele wat er is opgebouwd in het land, dat sinds het uitroepen van de onafhankelijkheid in 1948 in een permanente staat van oorlog heeft verkeerd. Maar ook werd er openhartig gesproken over de problemen in de samenleving.

Jungle

De ‘grand old man’ van de Israëlische televisie, de altijd kritische journalist Ya’acov Achi Ben Meir, vergeleek Israël in een toespraak op de radio met een ‘villa in een jungle’.

De’ jungle’ is de wereld om Israel heen, waar de illusie van een ‘ Arabische lente’ heeft plaatsgemaakt voor een ‘Islamitische winter’. De ‘villa’ heeft zo zijn mankementen (m.a.w. onvolkomenheden die men in iedere democratie aantreft) maar desalniettemin vormt hij een oase in een woestijn, aldus Meir.

Een poll die voor de Onafhankelijkheidsdag werd gepubliceerd liet zien dat 93% van de Israëli’s trots is op hun land en dat 80% van de bevolking nergens anders zou willen leven. De grootste zorg van de ondervraagden was niet de Iraanse nucleair dreiging, maar de persoonlijke veiligheid.

Dat Israëli’s reden hebben om zich zorgen te maken over de persoonlijke veiligheid, werd ook op Onafhankelijkheidsdag weer duidelijk toen een Joodse familie in een park in Jeruzalem werd mishandeld door een groep Arabieren.

Islamistische winter

Maar ook de snel toenemende dreiging, die uitgaat van wat Achi Meir de ‘Islamitische winter’ noemt, baart de gemiddelde Israëli vooralsnog meer zorg dan een Iraanse kernbom.

Met name de snel verslechterende verhouding met Egypte speelt daarbij een rol.

Vorige week werd bijvoorbeeld de gastoevoer naar Israël vanuit Egypte definitief opgeschort en werd Israel beschuldigd van spionage in de Sinai woestijn en het zich te mengen in interne Egyptische aangelegenheden.

Tegelijkertijd maakte de Egyptische krant Al-Ahram bekend dat in officiële Egyptische kringen Israël niet meer bij haar naam wordt genoemd, maar wordt aangeduid als de ‘Zionistische entiteit’. Dit is de aanduiding die door aartsvijanden zoals Hamas en Iran ook wordt gebruikt.

De parlementaire commissie voor Arabische aangelegenheden ging nog een stap verder en verklaarde Israël tot de ‘primaire vijand die Egypte’s nationale veiligheid bedreigt’.

In dezelfde week kwam de Arabische krant Al-Arabiyah met nieuws dat op een andere manier duidelijk maakt dat Egypte een ontwikkeling door maakt die doet denken aan de revolutie in Iran in 1979.

Een Egyptische parlementaire commissie heeft volgens Al Arabiyah wetsvoorstellen voorbereid die de huwbare leeftijd voor meisjes verlaagt tot 14 jaar en die een man seksuele relaties toestaat met zijn overleden vrouw tot zes uur na haar dood.

Israëlische Arabieren

In Israël zelf namen ondertussen duizenden Israëlische Arabieren op Onafhankelijkheidsdag deel aan wat de ‘mars voor de terugkeer’ werd genoemd.

De Palestijnse krant Dar Al Hayat sprak echter niet van Israëlische Arabieren maar van ‘Palestijnen van de 1948 gebieden’. De krant vervalste ook de geschiedenis en schreef dat de populatie van 500 Arabische dorpen in 1948 was verdreven door Israel.

Arabische Knessetleden maakten zich tijdens en na de mars schuldig aan een zelfde soort geschiedvervalsing en riepen zelfs op tot bevrijding van het ‘brute regime’ (doelend op Israel).

De demonstranten maakten luidkeels duidelijk dat er ooit een dag zal komen waarop ‘de Palestijnen zullen terugkeren’, een eufemisme voor het einde van Israël.

Nederlandse media

In de Nederlandse media werd aan deze aspecten van de 64ste Onafhankelijkheidsdag in Israël vrijwel geen aandacht besteed.

De Nederlandse correspondenten die wel over het feest schreven gaven blijk oppervlakkigheid; ongeïnformeerdheid en van onverholen afkeer van het vlagvertoon. Uiteraard kwam ook de bekende obsessie met het Palestijns Israëlische conflict in hun reportages opnieuw aan het licht.

NOS

NOS correspondente Monique van Hoogstraten spande daarbij de kroon. Zij noemde het vlagvertoon een ‘virus’ en ging zo ver om te suggereren dat Israël van een ‘land van slachtoffers’ (Holocaust) tot een ‘land van daders’ is geworden.

Verder sloeg ze de plank volledig mis toen ze het over de vlag had die ze kreeg thuisgestuurd. Deze kwam niet van The Jerusalem Post, maar wordt al jaren via de Israëlische kranten gedistribueerd door Bank Hapoalim.

Hebron, een stad met een vierduizend jaar oude Joodse geschiedenis, werd door haar een ‘Palestijnse stad’ genoemd.

Tot slot loog Van Hoogstraten over de weg naar Hebron, waar volgens haar overal Israëlische vlaggen wapperden en die in prima staat zou verkeren omdat ‘Joodse kolonisten’ er ook gebruik van maken.

In werkelijkheid wapperden er langs Hoofdweg 60 slechts spaarzaam Israëlische vlaggen op plaatsen waar Joodse gemeenschappen zijn gevestigd.

Verder is de weg een hoofdader die vanaf Nazareth in Galilea tot aan Beer Sheva in de Negev woestijn loopt, en die van tijd tot tijd opnieuw wordt geasfalteerd zoals elders in Israël ook het geval is. Het traject waar Van Hoogstraten op doelde werd in de eerste drie maanden van 2012 gerenoveerd en ligt tussen de Palestijnse dorpen Al Arub en Halhoul vlakbij Hebron.

Al Quds

Deze wijze van verslaggeving verschilt niet veel van wat de Palestijnse krant Al Quds schreef over Hebron op Onafhankelijkheidsdag. De krant berichtte dat ‘kolonisten’ in Hebron een Israëlische vlag hadden gehesen op de Ibrahimi moskee, en noemde het een poging om de moskee te ‘Judaiseren’.

De bewuste moskee is de Ma’arat Machpela, een plaats die al in het boek Genesis wordt genoemd als de plek waar de aartsvaders van het Joodse volk (Abraham, Jacob en Izaak) begraven liggen.