Missing Peace | missingpeace.eu | NL

De Koerdische Naqba

Door Missing Peace

Terwijl  zondag jl. de hele wereld zich bezig hield met  de Palestijnse Nakba en de door Syrie en Hizbollah georganiseerde provocaties en infiltraties bij Israel’s noordgrens, werden in het grensgebied in Turks Koerdistan 12 Koerden gedood door het Turkse leger.

Dat gebeurde toen zij probeerden Turkije binnen te komen vanuit Irak. In tegenstelling tot de Palestijnse Arabieren kunnen de Koerden echter niet rekenen op de sympathie en steun van de wereld bij hun streven naar een onafhankelijke Koerdische staat.

De PKK, die in sommige opzichten te vergelijken is met de PLO, staat zelfs op de lijst van terroristische organisaties.Dit terwijl de 25 miljoen Koerden een van de oudste volken ter wereld zijn en stelselmatig worden onderdrukt in drie van de vier landen waar zij zich al 4000 jaar ophouden. De onrust die zich verspreidde over de Arabische wereld gedurende de laatste paar maanden, houdt uiteraard ook de Koerden bezig. De Koerdische bevolking in Turkije, Irak en Syrië heeft zich niet stil gehouden en zag in dat dit de kans was om een verbetering van hun rechten te eisen. Gezien de ontwikkelingen met de Koerden in Iran, Turkije en Syrië en het ontbreken van enige internationale steun voor hun strijd voor onafhankelijkheid, is het maar zeer de vraag of een Koerdische opstand zal kunnen slagen.

De echte Nakba
Terwijl de ene mythe na de andere over de Palestijnse Nakba wordt geproduceerd, vond de echte Nakba plaats in Koerdistan. Dat was in de jaren twintig van de vorige eeuw, toen de Koerden op eenzelfde wijze werden bedrogen door de geallieerden als de Joden in Palestina, maar vooral in Noord Irak tussen 1987 en 1991 tijdens de Iraakse genocide op het Koerdische volk.

(zie de time line van Koerdistan hier: http://timelines.ws/countries/KURDISTAN.HTML)

Sadam Hoessein vermoordde in die jaren meer dan 230.000 Koerden en vernietigde 4000 Koerdische dorpen. In 1991 vluchtten een miljoen Koerden de bergen in op de grens met Turkije waar zij letterlijk in de val zaten. Dit en de beschrijving van de onderdrukking van de Koerden hieronder maakt de ongezonde en gevaarlijk obsessie duidelijk met het Palestijnse- Israelische conflict.

De president van de PA Mahmoud Abbas,  bekende gisteren in de New York Times wat zijn motieven zijn en wat het echte doel is van zijn huidige acties. Hij deed dat in een artikel waarin hij de geschiedenis herschreef en duidelijk maakte wat hij bedoelt met ‘thuisland’ en wie voor hem het Palestijnse volk vormen. Ook maakte hij duidelijk dat hij op internationalisering van het conflict met Israel uit is en niet op vrede. Dat is volgens hem het doel van de VN erkenning van de Palestijnse staat. Onder dit artikel vindt u informatie die duidelijk maakt dat Abbas loog toen hij het over de gedwongen verdrijving had in 1948.

Het voornemen om via de VN unilateraal een onafhankelijke Palestijnse staat uit te roepen zonder vredesakkoord is niet alleen een recept voor oorlog, maar zal ook gevolgen hebben voor andere uitstaande onafhankelijkheidclaims, de Koerdische voorop.

Achtergronden Koerdische Nakba
De Koerden zijn een volk van ongeveer 25 miljoen mensen en zijn daarmee het grootste volk ter wereld dat geen eigen staat heeft, Koerdistan is verdeeld over 4 verschillende landen namelijk Irak, Iran, Turkije en Syrië. De geschiedenis van het Koerdische volk is ongeveer 4000 jaar oud en speelde zich af in het Zagros gebergte, dat gelegen is in west Iran en in  noord Irak,  en het Taurus gebergte in zuid Turkije en het grensgebied van Irak.Verschillende stammen zoals de Guti and Kurti die in deze gebergtes woonden vormden langzaam het Koerdische volk.

De Romeinen verdeelde het oorspronkelijke Koerdistan, en tijdens de periode die bekend staat als de “pax romana” (27 BC – 180 CE) emigreerden veel Koerden uit Anatolie naar het noorden en westen. Daardoor werden de huidige grenzen van Koerdistan min of meer vastgesteld. In de 7de eeuw gingen de meeste Koerden over tot de Islam en was er een Koerdische “Gouden Eeuw” die uitmondde in de oprichting van verschillende Koerdische dynastieen (9de – 11de eeuw). Deze gingen vervolgens weer ten onder tijdens de Mongoolse invasies in de 13e eeuw.Vele Koerden vluchten tijdens deze vaak gewelddadige invasies, naar gebieden buiten Kurdistan. In latere periodes was het Koerdische volk vaak het slachtoffer van conflicten tussen de verschillende machten die heersten in de regio ( bijvoorbeeld de Ottomanen en Perziers) en werd Koerdistan meerdere malen verdeeld.

De Koerden in die landen hebben vanaf het begin van de 20e eeuw geprobeerd om onafhankelijkheid te krijgen. Dit gebeurde vanaf moment dat het Ottomaanse rijke verzwakte en uiteindelijk ten onder ging en er over de hele Arabische wereld een stroming opgang kwam die opriep tot Arabisch Nationalisme. Tijdens de Vredesconferentie van Parijs in 1919 werd er een poging gedaan om Koerdische onafhankelijkheid te verkrijgen Deze eis werd ook erkend door de toenmalige Europese grootmachten. Een paar jaar daarna werd het verdrag van 1919 vervangen door het Verdrag van Lausanne waarin er nieuwe grenzen werden vastgesteld in het Midden Oosten. Daardoor werden de Koerden verspreid over verschillende landen (James Ciment 1996).

Sindsdien zijn zij altijd onderdrukt geweest door de regeringen van de landen waarin zij woonachtig zijn en is er nooit een periode geweest waarin zij niet hebben gestreefd naar een onafhankelijke Koerdische staat. Het lijkt er daarom op dat dit het moment is voor de Koerden om voor een verbetering van hun rechten te vechten en om meer autonomie te eisen.

Koerdistan

 

 

 

 

 

 

 

 

Irak
In Irak is in 1991 al een verbetering in de situatie van de Koerden gekomen na de val van Sadam Hoessein. Zij hebben nu meer vrijheid en autonomie, en hebben een eigen regering in het noordelijke deel van Irak, dat bekend staat als de “Koerdische Regio”. De gedeeltelijke onafhankelijkheid is al ontstaan in 1970 na onderhandelingen met de toenmalige Irakese regering en na jaren van oorlog, waarbij Sadam Hussein niet  schroomde om chemische wapens te gebruiken tegen de Koerdische populatie.

(bijvoorbeeld tijdens de Anfal Campagne tussen 1987-1989 waarbij grote delen van de Koerdisch Irakese bevolking om het leven werden gebracht).

Gedurende de Amerikaanse bezetting heeft de Koerdische regering (KRG) meer invloed gekregen op de Irakese politiek en vormt nu een deel van de Irakese federale staat. Tijdens de huidige onrust in de Arabische wereld kwam de Koerdische oppositie in Irak in actie tegen de eigen regering. De oppositie beschuldigt de Koerdische regering van onderdrukking van de vrije meningsuiting, corruptie en vriendjes politiek. Ook blameert de oppositie de KRG voor de slechte economische toestand en werkeloosheid. De protesten tegen de KRG zijn op 17 februari van dit jaar begonnen en werden geïnspireerd door de opstanden in Tunesië en Egypte.

Zij vonden voornamelijk plaats in de tweede grootste stad van de Irakese Koerdische regio, Sulaymaniyah. Dit is het culturele centrum van Iraki Koerdistan. De protesten hebben zich ook daarna voortgezet en zijn begin april tot een hoogtepunt gekomen toen de demonstranten het aftreden van de Koerdische regering eisten. Deze protesten werden op brute wijze de kop ingedrukt door de Koerdische politie. Amnesty International heeft daarop aangedrongen op een onderzoek naar dit politiegeweld.

In Irak is een groep Koerden die sinds het verkrijgen van autonomie daar een pro Israelische beweging heeft opgericht. Een Israelische verslaggever bezocht vorig jaar de Koerden in Noord Irak. Hij kreeg toen te horen dat de Koerden daar zich spiegelen aan het succes van Israel in het Midden-Oosten.

Syrië
In Syrië is de situatie van de Koerden niet veel beter dan in Turkije en Iran. De Koerden van Syrië hebben bijvoorbeeld nooit gelijke rechten gekend en mogen hun eigen taal niet gebruiken. Ook zijn zij uitgesloten van het Syrische staatsburgerschap . Sinds 2009 zijn er ongeveer 289 Koerden gearresteerd om politieke redenen. De laatste week zijn de arrestaties drastisch toegenomen.

http://supportkurds.org/news/may-2011-arrests-of-kurds-in-syria/

De meerderheid van deze arrestanten werden opgepakt vanwege het schenden van artikel 288 van de Syrische grondwet. In dat artikel is een verbod vastgelegd op het lidmaatschap van een politieke partij zonder toestemming van de Syrische regering. Ook zijn er veel gevallen bekend van marteling van deze gevangenen; van de 289 bovengenoemde arrestanten zijn er hoogst waarschijnlijk 49 gemarteld tijdens hun arrestatie periode.

De huidige protesten in Syrië werden door de Koerden gebruikt om gelijke rechten te eisen en om eindelijk de Syrische nationaliteit te verkrijgen. De Syrische president Bashar al-Assad heeft onlangs onder druk van de protesten toegezegd om hervormingen door te voeren. Een onderdeel van het hervormingspakket was net verschaffen van het Syrische staatsburgerschap aan de Koerden, echter zonder enkele toezegging van gelijke rechten. Daarna is niets meer vernomen over dit voornemen. De protesten en arrestaties van Koerdische oppositieleden duren voort. Het is onduidelijk hoe de situatie zich verder zal ontwikkelen en wat de uiteindelijke gevolgen zullen zijn voor de Koerden.

Turkije
Ook Turkije kent een lange geschiedenis van Koerdische onderdrukking. De Koerdische bevolking is voortdurend in een strijd verwikkeld met de Turkse regering en het Turkse leger. De Koerdische Arbeiders Partij (PKK) voert sinds de jaren ’70 een gewapende strijd voor het verkrijgen van een onafhankelijke Koerdische staat. Aan beide kanten zijn er in het verleden vele slachtoffers gevallen. De Koerdische bevolking wordt voortdurend onderdrukt en heeft niet dezelfde rechten als de rest van de Turkse bevolking.

De meest recent ontwikkeling is de rechtszaak die de Turkse regering tegen 152 Koerdische politici heeft geopend. Deze politici zijn opgepakt vanwege vermeend lidmaatschap van organisaties die zijn verbonden met de PKK. Volgens Human Rights Watch mogen de Koerdische arrestanten tijdens hun rechtszaak niet in hun moedertaal spreken en worden zij gedwongen om alleen in het Turks te praten.

Op 18 april 2011 zijn 12 Koerdische politici uitgesloten van deelname aan de nationale Turkse verkiezingen die in juni 2011 zullen worden gehouden. Ook werden zij beschuldigd van banden met bepaalde pro-PKK groeperingen en het plegen van criminele activiteiten. Als gevolg van deze ban gingen Koerden in heel Turkije de straat op om te protesteren. Tijdens confrontaties met de Turkse politie vielen gewonden en enkel doden. Uiteindelijk hief de Turkse regering de ban gedeeltelijk op onder invloed van nationale en internationale druk, 7 kandidaten werden alsnog toegelaten. Op 15 mei zijn er 12 PKK leden en een Turkse soldaat gedood toen PKK leden probeerden om de Turkse provincie Sirnak binnen te komen vanuit het Koerdische gedeelte van Irak.

 

 

 

 

 

 

Koerdische protesten in Istanboel deze week

Iran
Iran kent ook een lange geschiedenis van Koerdische onderdrukking. De Koerden vormen 7% van de Iraanse bevolking en wonen in het westen van Iran. De Iraanse Koerden zijn regelmatig het slachtoffer van intimidatie, vervolging en executies die worden uitgevoerd zonder enig proces. Zij worden door de Iraanse regering vaak beschuldigd van betrekkingen met de verboden Koerdische partij “The Free Life Party of Koerdistan ( PJAK) die wordt gezien als een afsplitsing van de PKK.

Tijdens de antiregime protesten in Iran afgelopen januari hebben de Koerden zich niet verenigd en zijn zij niet massaal de straat op gegaan zoals dat wel gebeurde in Syrië en in Turkije. Wellicht hielden de Iraanse Koerden zich op de oppervlakte omdat het nog niet duidelijk was wat de uitkomst van de protesten zou zijn.

Reference: James Ciment, The Kurds: State and minority in Turkey, Iraq and Iran, (New York: Facts on File, Inc. 1996), pp. 36-37

Sharon Shaked – Missing Peace Middle East and Islam research

Historische achtergronden bij Mahmoud Abbas’ New York Times artikel
De Arabieren in Haifa vertrokken onder druk van hun eigen leiderschap dat hen voorhield dat vertrek slechts tijdelijk zou zijn. Zo rapporteerde het Amerikaanse consulaat in Haifa op 25 april 1948 dat het door de moefti gedomineerde Arabische leiderschap de Arabische bevolking van Haifa hadden opgeroepen om te vertrekken en dat grote aantallen gehoor gaven aan deze oproep.

(Karsh – Palestine Betrayed pag.141, Howard M.Sachar History of Israel p.332 , Orginele notulen zionistisch leiderschap Centraal Zionistisch Archief Jeruzalem , Benny Morris 1948 p148. )

In andere plaatsen zoals Jaffa, waar de grootste Arabische gemeenschap woonde, was er sprake van vlucht van de Arabieren na maanden van hevige gevechten ( Benny Morris ‘1948’  p147-150 ).

Sir Henry Gurney de eerste secretaris van de Palestijnse mandaat regering schreef in zijn dagboek op 5 mei 1948: “Negentig procent van de bevolking van Jaffa is zojuit gevlucht en slechts 5000 zijn nu gebleven. De burgemeester is weg, zelfs zonder gedag te zeggen en de overgebleven eenheden van het (Arabische) bevrijdingsleger zijn nu aan het plunderen”.

Overigens was dit het lot van de meerderheid van de Arabieren. Zij vluchtten als gevolg van de oorlog en als gevolg van oproepen door Arabische leiders tot (tijdelijke) evacuatie.

In zijn  onderzoek naar de oorlog in 1948 beschrijft Benny Morris slechts één geval waarbij het Israelische leiderschap besloot Arabieren te deporteren. Dat was in Ramle en Lod waar de plaatselijke bevolking deel nam aan de strijd tegen de Zionisten vanuit de woonwijken en betrokken was bij de poging om de embryonale Joodse staat in tweeën te splitsen.

Arabische leiders, waaronder Mahmoud Abbas in 2009, hebben toegegeven dat Arabische leiders verantwoordelijk waren voor de vlucht van de Arabieren uit Palestina. In een artikel dat hij in 1976 schreef voor Falastin al-Thawra beschuldigde hij de Arabische legers ervan de Palestijnen in de steek te hebben gelaten. Ook schreef hij dat de Arabische legers de Palestijnse Arabieren hadden gedwongen om te emigreren en hun thuisland te verlaten.

http://www.ijs.org.au/Arab-sources-on-the-1948-exodus/default.aspx

In een interview  met Al Palestina TV in juli 2007 gaf de PA president ook toe dat zijn familie vrijwillig was vertrokken uit Safed in Noord Israel.

http://www.israelnationalnews.com/News/News.aspx/132257

De Egyptische krant Akhbar el-Yom schreef op 12 oktober 1963 het volgende: “Toen kwam 15 mei 1948. Op die dag riep de moefti van Jeruzalem de Arabieren op het land te verlaten omdat de Arabische legers op het punt stonden het land binnen te vallen en voor hen zouden vechten”.

De premier van Syrie, Khaled al-Azm erkende na de oorlog in 1948 de Arabische verantwoordelijkheid voor het vluchtelingenprobleem.

Hij zei:“ Sinds 1948 zijn wij het geweest die er voor zorgden dat zij het land verlieten. Wij hebben een ramp over de vluchtelingen gebracht door hen uit te nodigen en hen te pressen om weg te gaan… wij hebben ervoor gezorgd dat zij niets meer hebben”. (memoires al-Azm)

In 2008 schreef Mahmoed al-Habbash in  de officiële PA krant al-Hayat al-Jadida ongeveer het zelfde. Hij schreef dat in 1948 de Palestijnse Arabieren hun huizen vrijwillig verlieten op instructie van hun eigen Arabische leiders en met de valse belofte van een spoedige terugkeer.

(Al Hayat al-Jadida  13 december 2008).

Uit het te boek: Israel Aangeklaagd – De cognitieve oorlog tegen de Joodse Staat  ( publicatie zomer 2011)