Missing Peace | missingpeace.eu | NL

Wanneer moord en terreur in verzet veranderen

Door Missing Peace
Tomas van der Dunk

Bij sommige historici bepaalt hun ideologie en niet de feiten hun visie op het Midden-Oosten. Ilan Pappé is een in Israel geboren historicus die ooit zei: ”Het debat onder historici is tussen degenen die het verleden objectief willen reconstrueren, zoals Benny Morris (Israëlische historicus en expert op het Israëlisch Palestijnse conflict) en degenen, zoals ik zelf, die beweren dat zij subjectieve mensen zijn die er naar streven om hun eigen versie te geven van het verleden”. Deze uitspraak is ook van toepassing op het debat bij de Volkskrant dat werd geïnitieerd door Thomas Von der Dunk toen hij op 4 april een column schreef waarin hij de gruwelijke moord op het Israëlische echtpaar Fogel en hun drie kleine kinderen van het volgende commentaar voorzag: “Wie willens en wetens kiest voor de bouw van een huis op het land van een ander die door een onwettige overheid van dat land is beroofd, moet niet zeuren als hij dat met de dood bekoopt’.

In een nieuw artikel bewijst Von der Dunk definitief dat hij bij het kamp van Pappé hoort, en over het verleden schrijft met het oog op (het vormen) van de toekomst, zoals hij zelf vaststelt. Evenals Pappé bepaalt Von der Dunk’s ideologie zijn visie op de historie en de huidige realiteit, met dit verschil dat Von der Dunk bijna niets af weet van het Midden-Oosten en het Palestijns Israëlische conflict.

Dat is ook niet verwonderlijk want Von der Dunk is cultuurhistoricus en studeerde af op een proefschrift over de monumentencultus in het “Heilige Roomse Rijk” en schreef boeken zoals “Het Hollandse heiligdom, de moeizame architectonische eenwording van Nederland”.
Zo kon het dus gebeuren dat hij allerlei onzinnige vergelijkingen maakt tussen het Palestijns Israëlische conflict en de Duitse bezetting van Nederland of de wijze waarop Saddam Hoessein decennia tekeer ging tegen zijn eigen onderdanen. Maar waar hij echt volledig onderuit gaat, is in zijn beschrijving van de historische gebeurtenissen in zijn artikel “De legitimiteit van gewelddadig verzet”.

Een aantal voorbeelden ter illustratie.
Geroofd land? Een Joodse inwoner van Jeruzalem Oost, Gush Etzion of Itamar is in Von der Dunk’s visie een verachtelijke ‘kolonist’ die zelfs vogelvrij is en niet moet zeuren als hij op een slechte dag wordt afgemaakt door een Palestijn.
Deze Joden wonen immers, zoals hij bij herhaling aangeeft, op ‘geroofd’ land.
Daarbij doelt hij op het gebied dat later de “Westbank” is gaan heten.

Dit gebied kwam in het 1967 in Israëlische handen, nadat Egypte de Golf van Aqaba had afgesloten voor scheepvaart naar en van Israel, een daad die de Zes Daagse Oorlog inluidde.
De verovering van de Westbank was legaal volgens het internationale recht.
De status van het gebied is het beste te omschrijven als betwist.

VN resolutie 242 die na de Zes Daagse Oorlog werd aangenomen roept Israel op tot terugtrekking uit gebieden veroverd tijdens deze oorlog, maar koppelt dit aan het bereiken van een allesomvattend vredesakkoord met voor Israel veilige grenzen.
Dat vredesakkoord werd tot nu toe niet getekend.

De Jordaanse bezetting van de Westbank in de periode 1948-1967 was illegaal en dus heeft Jordanie geen legale claim op het gebied.

Eerder verwierpen de Arabische landen het door de VN voorgestelde verdelingsplan voor Palestina in 1947( resolutie 181) waardoor aan deze resolutie geen claims ontleend kunnen worden, het bleef een plan.

Om te bepalen welke partij dus de beste claim heeft op deze gebieden dient men terug te gaan naar het door de Volkenbond aangenomen mandaatbesluit van 24 juli 1922.
Dit besluit vormt onderdeel van het internationale recht en geeft bij artikel 2 en 4 aan dat het Britse bestuur over Palestina verantwoordelijk was voor het oprichten van een Joods nationaal tehuis in heel Palestina, dus inclusief in wat later de Westbank is gaan heten.
Tot de eerste wereldoorlog was het gebied in handen van het Turkse Ottomaanse rijk en werd ook door de locale Arabieren gezien als een deel van Syrië.

Ten gevolge van het Volkenbond besluit was de Joodse vestiging in heel Palestina legaal.
In plaatsen als Gush Etzion en Jeruzalem Oost woonde in 1947 dan ook een grote meerderheid Joden. Daar kwam een einde aan toen het Arabische legioen deze Joden verdreef of vermoordde. De verovering in de Zes Daagse Oorlog in 1967 betekende in feite herstel van de Joodse rechten in deze gebieden.

Dus geroofd land? Von der Dunk zou er goed aan doen de expertise van professor Julius Stone over dit onderwerp eens te lezen, of meer recentelijk die van professor Phillips.

Etnische zuivering?
Von der Dunk suggereert verder dat voor en tijdens de oprichting van de staat Israel de Palestijnse Arabieren slachtoffer zijn geworden van grootschalige etnische zuivering en dat Israel zich daar nog altijd schuldig aan zou maken.
Benny Morris, die oorspronkelijk door critici tot de revisionisten werd gerekend, heeft het meest uitgebreide onderzoek naar de periode voor- en tijdens de onafhankelijkheidsoorlog op zijn naam staan. In het boek ‘1948’ beschrijft hij welgeteld één geval waarbij het Zionistische leiderschap besloot om de Arabische bevolking te deporteren. Dat was in de stad Ramle (Lod) waar de plaatselijke bevolking actief deel nam aan de strijd tegen de embryonale Joodse staat.

Missing Peace – overigens in tegenstelling tot wat Von der Dunk beweert een organisatie met een bestuur en een team van onderzoekers – beschikt over originele historische documenten die de toestand in de grootste Arabische gemeenschappen uit die tijd, Haifa en Jaffa (Yafo), beschrijven.
In Haifa verzocht het Zionistische leiderschap onder leiding van Golda Meyerson (Meir) de locale Arabieren om niet te vertrekken, een oproep die niet werd gehonoreerd.

In Jaffa was sprake van de vlucht van de grote Arabische gemeenschap. Nadat de Joden in Tel Aviv maandenlang door de Arabieren werden beschoten wonnen de Joodse strijdgroepen, ondanks Britse interventie, de bloedige slag om Jaffa.

Zelfs PA president Mahmoud Abbas gaf in 2009 toe dat er gelogen wordt over het gedwongen vertrek van de Arabieren in 1948. In een interview op de Palestijnse televisie gaf hij toe dat de mythe over de etnische zuivering van Arabieren in Safed (zijn geboorteplaats) uit de duim gezogen was.

Von der Dunk schrijft dat voortzetting van de etnische zuivering nog altijd onderdeel zou uitmaken van de Israëlische politiek.

De werkelijkheid, zoals bijvoorbeeld werd aangetoond in een onderzoek van de universiteit van Haifa, toont het tegenovergestelde aan. Tussen 2006 en 2008 werden bijvoorbeeld ruwweg 32000 illegale Arabische immigranten gelegaliseerd op de West Bank alleen. De Israëlische CBS cijfers over de Arabische populatie in Israel en de PA laten verder een gestadige aanwas zien.

King David hotel
Een ander voorbeeld waarbij Von der Dunk zichzelf omhoog steekt als ‘historicus’ en tegelijkertijd geschiedenis fabriceert is zijn weergave van de aanslag op het King David Hotel in Jeruzalem in 1946.
Hij doet het voorkomen alsof deze aanslag op een lijn staat met de Hamas zelfmoordaanslagen op burgers in Israel.
Hij verzuimt te melden dat deze aanslag werd gepleegd op de vleugel van het hotel waar het hoofdkwartier van het Britse militaire bestuur was gevestigd. Dat was dus geen burgerdoel.
Von der Dunk vermeldt verder niet dat de Joodse ondergrondse Irgun Zva Leumi (IZL) via een koerier drie verschillende waarschuwingen gaf dat het hotel ontruimd diende te worden, de Britten negeerden deze waarschuwingen echter.
Het verschil met de Hamas aanslagen op Israëlische burgers is duidelijk.

Oorsprong geweld
In zijn poging om de Palestijnse terreur tegen Israëlische burgers te rechtvaardigen herschrijft Von der Dunk de geschiedenis opnieuw.
Dat geweld heeft volgens hem zijn oorsprong in de Israëlische bezetting van de West Bank en de ‘onmogelijkheid’ van het leven daar voor de Palestijnse Arabieren.
Hoe rijmt zich dat met de historische feiten?

Lang voor het begin van de Zionistische immigratie moordden Arabieren onder leiding van Ibrahim Pasha in 1837 de Joodse gemeenschap in Safed uit.

In een origineel document uit 1920 dat in het bezit is van Missing Peace, beschrijft de Britse secretaris voor koloniale zaken in Palestina sir John Evelyn Shuckburgh dat de Palestijnse Arabieren toen al verantwoordelijk waren voor het geweld tegen de Joden. Geweld dat nooit is opgehouden en begon lang voordat de staat Israel werd uitgeroepen en de Westbank werd veroverd op Jordanië.
Indien de huidige terreur tegen Israëlische burgers verzet is tegen ‘de bezetting’, waarom wijzen de historische feiten en cijfers dan uit dat op het moment dat er een eind aan die bezetting lijkt te komen, de terreur alleen maar toeneemt? (Oslo, Camp David 2000)

Het zogenaamde ‘onmogelijke leven’ van de Palestijnse Arabieren op de Westbank dat Von der Dunk vanuit zijn Hollandse huiskamer meent waar te nemen is een ander voorbeeld van zijn ongeïnformeerdheid. De deze week verschenen rapporten over de economische vooruitgang en de in het oog springende positieve gezondheidsituatie op de Westbank laten een geheel ander beeld zien. Maar voor pro-Palestijnse activisten zoals Von der Dunk kan er gewoon geen sprake zijn van vooruitgang in de PA of van Palestijnse verantwoordelijkheid voor de eigen situatie.

Palestijnse kritiek
Von der Dunk wil antwoord hebben op de vraag wat ik zou doen als ik me in de situatie zou bevinden van de Palestijnen.
De situatie van de Palestijnen bespreek ik al jaren met hen zelf. Daarbij hoor ik in de eerste plaats kritiek op de eigen leiders en daarna pas op de Israëlische politiek.
In die openhartige gesprekken geef ik ook aan wat ik zou doen als ik in hun positie zou verkeren. Dan zou ik eisen dat het leiderschap zou gaan werken aan de vrede in woord en daad, en eisen dat er een eind komt aan de terreur en de corruptie in eigen gelederen.
Ik zou verder eisen dat men verantwoordelijkheid aflegt voor het tot vier maal toe afwijzen van een delingsplan waardoor de onafhankelijke staat een droom bleef.

Gebrek aan ontwikkeling
Zoals de geschiedenis uitwijst is het ontstellende gebrek aan ontwikkeling in de Palestijnse nationale beweging de reden voor het voortduren van het conflict.
De Palestijnen hadden in 1938 hun eigen staat al kunnen hebben, maar kozen ook toen voor de terreur die Von der Dunk als verzet aanduidt.
Iedere integere historicus met verstand van het Midden-Oosten weet ook waarom de Palestijnse nationale beweging geen evolutie doormaakte en ieder delingsplan weigerde.
Dat zou immers de aanvaarding van Israel als enige niet moslim staat in het Midden-Oosten inhouden en het einde betekenen van het 100 jarige conflict.
Het is hierom dat het huidige Palestijnse leiderschap in september via de VN unilateraal een eigen staat zal gaan uitroepen en weigert terug te keren naar de onderhandelingstafel.

Aan Von der Dunk is de historische waarheid over het Arabisch Israëlische conflict echter niet besteed. Noch zal hij ooit doen wat Benny Morris en Richard Goldstone deden, en erkennen dat hij bepaalde zaken onjuist beoordeelde.
Hij zal vanuit ‘de luxe van een veilig Nederland’ blijven vasthouden aan zijn ideologische opvattingen en bij gebrek aan kennis en argumenten naar zijn eigen verbale geweld grijpen.
Evenals Hamas, zal hij terreur verzet blijven noemen en de stichting van de staat Israel als een ramp beschrijven die te wijten is aan de Holocaust.
In zijn laatste artikel bewees hij wederom dat hij meewerkt aan de demonisering van de Joodse staat.
Demonisering volgt namelijk op delegitimering en is gebaseerd op propaganda en leugens.

Waar zagen we dat eerder?