Missing Peace | missingpeace.eu | NL

Het teken aan de wand

Door Missing Peace
Logo Baathpartij Irak

Het onderstaande artikel gaat over de connectie tussen de recente aanslagen op christenen en het antisemitisme in het Midden-Oosten. Het artikel verscheen vrijdag j.l. in verkorte vorm bij De Volkskrant :

 

http://opinie.volkskrant.nl/artikel/show/id/7677/Teken_aan_de_wand

Deze week kwamen er opnieuw bewijzen naar buiten over de wijze waarop klassieke antisemitische beschuldigen gebruikt worden in de huidige propaganda tegen Israel. Een Libaneze krant publiceerde het volgende bericht over een Palestijn die in een gevangenis in Beer Sheva zou zijn gestorven aan polio nadat hij door de Israelische veiligheidsdienst Shin Beth was vergiftigd met een pil tegen depressie. Algemeen is echter bekend dat polio wordt veroorzaakt door een bepaald soort encephalitis.
http://www.jpost.com/MiddleEast/Article.aspx?id=204454

Christianofobia en antisemitisme in het Midden-Oosten

De aanslag op Koptische christenen tijdens Nieuwjaarsdag in Egypte was het definitieve bewijs dat er iets grondig mis is met de behandeling van religieuze minderheden in het moslimdeel van het Midden-Oosten.

De Franse president Sarkozy nam naar aanleiding daarvan de term religieuze zuivering in de mond en gaf aan dat de grens bereikt is.

De serie aanslagen op christenen- waarvan de aanslag op christelijke treinpassagiers in Egypte de meest recente is- duidt op een probleem dat al zeer lange tijd waarneembaar is. Het probleem werd echter grotendeels genegeerd omdat de terreur zich voornamelijk op Joden en Israel richtte.

Zo leken de kerkleiders tot nu toe geheel geobsedeerd met de situatie van christenen in Israel, het enige land in het Midden-Oosten waar de christelijke gemeenschap nota bene groeit. Het Vaticaan gaf bijvoorbeeld herhaaldelijk verklaringen uit waarin Israel werd bekritiseerd voor de behandeling van christenen. Een conferentie van religieuze leiders die werd gehouden in Israel op 28 november 2010, stelde echter unaniem vast dat er in Israel vrijheid van godsdienstuiting heerst, wat een unicum is in het Midden-Oosten.

Nu duidelijk is dat er een intern probleem is in de Arabische landen en Iran, wordt er gebruikt gemaakt van de klassieke afleidingsmanoeuvre. De Joden krijgen de schuld, de aanslagen op christenen zouden een zionistisch complot zijn.

Deze antisemitische truc vormt onderdeel van een veel groter probleem in de Arabische landen en Iran.

De Jodenhaat in deze staten heeft vormen aangenomen die men ook in Duitsland voor en tijdens de Tweede Wereld oorlog kon waarnemen.

Het is daarom hoog tijd voor een eerlijke benadering van de ontwikkelingen in het Midden Oosten. De recente terreur tegen christenen en de haat tegen Israel en Joden zijn namelijk direct met elkaar verbonden en duiden op een relatie tussen islamisme en nazisme.

Situatie Christenen

De Italiaanse journalist Sandro Magister volgt de situatie van de christenen in het Midden-Oosten al jaren. Hij beweert dat ongeveer 7 miljoen aanhangers van de oude oosterse kerken zijn weggevlucht uit het Midden-Oosten en nu in het Westen leven.

De Paus gebruikte in een kerst toespraak op 20 december jl. voor het eerst de uitdrukking “christianophobia” om de behandeling van de christelijke gemeenschap in het Midden-Oosten te omschrijven. Op 2 januari jl. hield de Paus opnieuw een toespraak waarin hij reageerde op de aanslag op de Koptische kerk in Alexandrië, hij noemde de aanslag “een walgelijke moorddadige daad”.

Dat was taal die zelden werd gebruikt door het Vaticaan, wanneer het ging om het geweld van moslims tegen christenen.

Ahmad al Tayyeb een, als gematigd bekend staande, Egyptische imam beschuldigde de Paus daarop van inmenging in Egyptische aangelegenheden. Later verklaarde hij dat de Paus een negatieve reactie riskeerde in het gehele Midden Oosten en verlangde dat de Paus een boodschap naar de Islamitische wereld zou sturen die het vertrouwen zou herstellen.

Egypte en Irak zijn de twee landen waar de situatie van christenen het slechtste oogt maar ook in Iran en andere Arabische landen is sprake van onderdrukking en bedreiging van de christenen.

Iran

In Iran werden gedurende de kerstperiode 70 christenen gearresteerd, 25 van hen -waaronder geestelijken- werden op eerste kerstdag gearresteerd.

Op 13 oktober 2009 werd een Iraanse pastoor gearresteerd die het Islamitische monopolie op het religieuze onderwijs aan kinderen had bekritiseerd.

In september 2010 kreeg hij uiteindelijk mondeling te horen dat hij ter dood was veroordeeld.

Een andere pastoor Sadegh Khanjani, een tweede generatie christen uit Teheran, werd op 16 juni 2010 gearresteerd en wacht waarschijnlijk de doodstraf wegens afvalligheid, godslastering en contact met de vijand.

Hij wordt in eenzame opsluiting gehouden en contact met zijn advocaat werd slechts één keer toegestaan.

Jordanië

In Jordanië lijkt de situatie voor christenen beter, maar ook daar worden regelmatig incidenten gemeld waaruit blijkt dat christenen niet veilig zijn. Zo meldden Irakese christelijke vluchtelingen in Jordanië (40.000) dat er sprake was van intimidatie door moslims tijdens het kerstfeest. In april 2010 vertelden Jordaanse pelgrims die naar Israel waren gereisd dat zij bij terugkomst werden behandeld als verraders (alsof Jordanië geen vredesovereenkomst heeft met Israel). Deze christenen verloren hun werkvergunningen en werden uitgesloten van het belangrijke vakbondslidmaatschap. Anderen werden op een zwarte lijst gezet van personen en bedrijven die contacten onderhouden met de Zionistische entiteit (Israel).

Libanon

In Libanon lijkt de christelijke gemeenschap nog intact maar de schijn bedriegt. Sinds de opkomst van de Sjiitische beweging Hizbollah hebben er grote veranderingen in het land plaatsgevonden die de van oudsher sterke christelijke gemeenschap bedreigen. In juni 2010 gaf de Libanese regering bijvoorbeeld opdracht aan de veiligheidstroepen om Islamitische milities aan te pakken die aanslagen pleegden op christenen.

Christenen in de stad Sidon vonden gedurende die periode regelmatig pamfletten op de voordeur van hun huizen waarin zij werden gewaarschuwd onmiddellijk de stad te verlaten.

Christenen hebben Libanon op grote schaal verlaten, hierdoor is na 1990 de christelijke meerderheid in Libanon verloren gegaan.

Saoedi-Arabië

Christenen in Saoedi-Arabië zijn bijna altijd gastarbeiders uit Afrika of Azië. Zij zouden officieel in hun woonverblijven onder strikte voorwaarden hun godsdienst mogen praktiseren (religieuze symbolen zoals kruizen zijn bijvoorbeeld verboden).

In de praktijk blijkt echter dat ook daar de religieuze politie (Moettawa) christenen intimideert en arresteert (PDF). In 2009 werden bijvoorbeeld drie christenen uit India in hun woonverblijf gearresteerd.

Een pastoor uit Eritrea was in 2009 gedwongen Saoedi-Arabië te ontvluchten nadat hij met de dood werd bedreigd.

In 2010 werden 12 Filippijnse gastarbeiders tijdens een mis in Riyad gearresteerd wegens zogenaamde bekeringsactiviteiten.

In november van hetzelfde jaar riep Al Kaida in Saoedi-Arabië op om het regime omver te werpen en de christenen in het land te doden.

Een vrouw die zich bekeerd had tot het christendom werd in 2008 levend verbrand nadat haar tong was afgesneden.

In januari 2010 meldde een Filippijnse werker dat het regelmatig voorkomt dat christenen worden gedwongen om zich tot de islam te bekeren op straffe van deportatie. Afrikaanse gastarbeiders uit Ethiopië verbergen vaak hun christendom en nemen een moslimnaam aan voordat zij in Saoedi-Arabië gaan werken.

In 1997 werden twee Filippijnse gastarbeiders zelfs onthoofd nadat zij gearresteerd waren tijdens Bijbelstudie en gebed.

Amnesty International meldde in 2009 dat er in het jaar daarvoor 102 executies waren uitgevoerd in Saoedi-Arabië en dat 136 mensen op executie wachtten. Een hoog aantal van deze executies betrof buitenlanders onder wie Aziatische en Afrikaanse gastarbeiders, aldus een AI rapport.

Palestijnse Autoriteit

Sinds de komst van de Palestijnse Autoriteit op de West Bank en Gaza is het aantal christenen drastisch gedaald. Vele Palestijnse christenen emigreerden naar het Westen.

Officieel wordt meestal de Israëlische bezetting van deze gebieden aangevoerd als reden voor de slechte situatie van deze christenen.

De al eerder genoemde Italiaanse journalist Sandro Magister schreef echter in september 2005 een artikel waarin hij de werkelijke redenen voor de leegloop van de christelijke gemeenschap in plaatsen als Bethlehem beschreef.

Palestijnse christenen zoals frater Pierebatista Pizzaballa vertelden Magister dat er al jaren christenen werden aangevallen door moslims. Over de jaren 2000 tot en met 2004 had de frater een lijst aangelegd met 93 van wat hij noemde “onrecht incidenten”. Het betrof incidenten die in Bethlehem hadden plaatsgevonden en waarbij christenen het doelwit waren.

Hij zei verder dat zelfs agenten van de Palestijnse veiligheidstroepen van Mahmoud Abbas deelnamen aan de intimidatie van christenen.

De Palestijnse ondernemer Samir Qumsieh vertelde Magister dat het leven voor christenen in Bethlehem vol machtsmisbruik en vernederingen was.

Hij rapporteerde onder andere diefstal van land en vandalisme in kerken.

Graven van christelijke heiligen werden regelmatig geschonden, aldus Qumsieh.

In 2003 werd bekend dat een christelijk meisje was verkracht door Palestijnse moslims in Beit Sahur nabij Bethlehem.

In 2002 werden 2 christelijke meisjes door Fatah militieleden vermoord. Zij zouden prostitutie hebben bedreven, de lijkschouwing bracht echter aan het licht dat de meisjes nog maagd waren op het tijdstip van overlijden.

Palestijnse moslims in El Khader nabij Bethlehem voerden als reden voor de massale vlucht van christenen aan, dat de vrouwen zich niet zedelijk kleedden.

De christenen waren volgens hen daarom zelf schuldig aan de verslechtering van hun levensomstandigheden.

Men doelde daarbij op vrouwen zonder hoofddoek en zij die westerse kleding droegen.

In 2007 berichtte the Jerusalem Post over het lot van het christelijke echtpaar Faoed en Georgette Lama uit Bethlehem. Hun land werd door moslims in beslag genomen. Toen Faoed verhaal ging halen werd hij mishandeld door Palestijnse militieleden.

Als gevolg van deze intimidatie en terreur heeft een groot deel van de christelijke bevolking Bethlehem verlaten. In 1948 toen de moderne staat Israel werd opgericht was 80% van de bevolking in Bethlehem christen, nu is dat nog maar 23 %.

Maar ook in Gaza is de situatie voor de christenen dramatisch verslechterd sinds de machtsovername door Hamas. In 2007 werd een lid van de evangelische kerk in Gaza ontvoerd en vermoord door moslim extremisten, daarna is ook in Gaza de emigratie van christenen drastisch toegenomen.

Naar schatting 70 % van de 3000 christenen in Gaza zou willen vertrekken.

Een anonieme christen uit Israel schreef in de laatste uitgave van het blad Zicht van de Guido de Bres stichting, dat ook in Nazareth christenen het slachtoffer zijn van moslim intimidaties. Als gevolg daarvan zijn velen verhuisd naar het Joodse deel van de stad (Nazareth Illit).

Gelijkenis

De situatie van de christelijke gemeenschap in het Midden-Oosten vertoont sterke gelijkenis met die van de Joodse gemeenschappen in de Arabische landen na de oprichting van de staat Israel.

Ook toen werden Joden op eenzelfde wijze geterroriseerd en geïntimideerd.

Dit resulteerde in de vlucht van vrijwel de totale Joodse gemeenschap uit die landen, ca. 800.000 joden vluchtten of werden toen gedeporteerd. Ook toen waren bomaanslagen een middel dat werd aangewend om een religieuze minderheid te dwingen tot vertrek . Zo waren in 1950 en 1951 Joodse doelen in Bagdad herhaaldelijk het doel van bomaanslagen.

Maar ook in Syrië gebeurde dat. Kort na de stemming in de VN over het verdelingsbesluit voor Palestina ontploften blommen in synagogen in Aleppo.

In 1949 kwamen 12 Joden om bij een bomaanslag op een synagoge in Damascus.

De haat tegen religieuze minderheden is dus geen nieuw verschijnsel in de Arabische landen en Iran.

In Iran heeft een soortgelijke campagne plaatsgevonden tegen de aanhangers van de Bahai godsdienst.

Relatie tot Nazi ideologie

De verhevigde haatcampagne tegen de Joden in de Arabische landen begon ongeveer gelijk met de opkomst van het nazisme in Duitsland.

In een nieuw te verschijnen boek van de Midden-Oosten deskundige professor Barry Rubin worden documenten onthuld die duidelijk maken dat het Arabische nationalisme en belangrijke elementen van het huidige moslim fundamentalistische denken werden ontwikkeld onder invloed van de Nazi ideologie. Dit resulteerde in openlijke collaboratie met het Nazi regime in de genocide van het Joodse volk. Rubin beschikt over bewijs dat minstens twee Palestijnse militaire commandanten en twee koningen van Arabische staten collaboreerden met de Nazi’s.

Verder voert hij bewijs aan dat zowel de Syrische- als de Irakese Baath partij werd gevormd om de Nazi’s aan een overwinning in het Midden Oosten te helpen.

Een recent vrijgegeven CIA rapport geeft verder inzicht in de collaboratie van de toenmalige Palestijnse leider Hadj Al Amin Hoesseini met de Nazi’s, en de invloed van het Nazistische antisemitisme op de Arabische leiders. Volgens het CIA rapport, rekruteerde Hoesseini tienduizenden moslims voor het leger van Hitler in de voormalige Sovjet Unie (Rubin) en op de Balkan. Hij kreeg voor zijn inspanningen het fabelachtige salaris van 50.000 Mark per jaar (ter vergelijking een Duitse veldmaarschalk kreeg toen 25.000 Mark per jaar).

Na de Tweede Wereld Oorlog vluchtte een aantal hoge Nazi functionarissen naar Arabische landen. Deze Nazi’s werden meestal tot adviseurs benoemd en droegen hun antisemitische ideologie over aan de Arabische leiders. Onder hen waren de oorlogsmisdadigers Wilhelm Breisner, Franz Rademacher en Alois Brunner.

Antisemitische haatcampagnes in naam van de Islam gingen vooraf aan de Onafhankelijks oorlog in 1948 en de Zes Daagse Oorlog in 1967.

Hele generaties in het Midden-Oosten zijn opgegroeid met antisemitische propaganda en haat tegen Joden. Ayaan Hirsi Ali beschrijft in haar boek Infidel, hoe het haar in de tijd dat zij met haar familie in Saoedi-Arabië woonde, opviel dat stroomstoringen en onderbrekingen in de watertoevoer werden toegeschreven aan Joodse complotten. Kinderen werd geleerd om te bidden voor het welzijn van de ouders en voor de vernietiging van het Joodse volk.

Onlangs werd in Saoedi-Arabië een gier gevangen die door de universiteit van Tel Aviv voor wetenschappelijk natuuronderzoek werd gebruikt. Onmiddellijk werd de mythe verspreid dat de gier in werkelijkheid een Zionistische spion was.

Iets dergelijks gebeurde toen een Duitse toerist onlangs in Sharm el Sheikh in Egypte werd aangevallen door een haai. Egyptische autoriteiten suggereerden daarna dat de haai zou zijn uitgezet door de Israëlische geheime dienst de Mossad.

In Iran werd recentelijk een documentaire uitgezonden waarin de boeken en films over Harry Potter als een culturele Zionistische samenzwering werden betiteld.

Deze samenzwering zou bedoeld zijn om het denken van jongen moslims te vergiftigen.

Het Libaneze Hizbollah parlementslid Ishmail Sukariyyah beschuldigde Israel van export van met chemicaliën vergiftigd fruit en groenten naar Egypte. Hij beweerde voorts dat er daardoor al zeker 200.000 nierpatiënten waren in noord Egypte.

Dit zijn echter onschuldige voorbeelden vergeleken bij wat de directeur van MEMRI onlangs presenteerde aan de VN over het antisemitisme in de Arabische landen. Een verzameling registraties van tv programma’s uit diverse Arabische landen en de Palestijnse autoriteit bevatte naast klassieke antisemitische bloedsprookjes en hedendaagse varianten daarop, ook ontkenningen van de Holocaust.
Het meest schokkend waren de gedeeltes waarin kinderen werd geleerd dat Joden niet menselijk zijn maar beesten die niet zijn te vertrouwen.

In Iran maken leden van het regime zich regelmatig schuldig aan klassieke antisemitische uitspraken wanneer zij het over Israel hebben.

Een groep wetenschappers van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem gaf onlangs een rapport uit waarin deze uitspraken werden vergeleken met de wijze waarop de Nazi’s via retoriek de Joden beroofden van hun menselijkheid en de Duitse maatschappij klaarstoomden voor de Holocaust.

Zo duiden de Iraanse leiders nu Israel regelmatig ook aan als “bacterie” of “kankergezwel”.

Het rapport getiteld “From Mein Kampf to Achmadinejad” is bedoeld als waarschuwing tegen een nieuwe genocide en geeft voorbeelden van terroristische aanslagen op Joodse doelen, die door Iran werden georganiseerd.

Voorbeelden van het gebruik van Nazi symbolen en literatuur in de Arabische wereld.

Logo Baathpartij Irak
Mein Kampf in Egyptische uitgave
Straat in Beiroet

 

Groter probleem

De repressie en terreur waar nu vele christelijke gemeenschappen in het Midden- Oosten onder lijden staat dus niet op zichzelf maar maakt deel uit van een veel groter probleem.

Het Palestijns Israëlische conflict is daar ook onderdeel van.
Israel is als enige niet-moslimstaat in het Midden-Oosten, namelijk al 62 jaar slachtoffer van dezelfde intolerantie en terreur.
De wereld kiest echter nog altijd voor een eenzijdige- en obsessieve focus op Israel en blijft zo blind voor de werkelijke problemen in het Midden-Oosten.
De opkomst van het islamistische Iran als nieuwe regionale supermacht werd bijvoorbeeld grotendeels genegeerd.
Juist dat heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de escalatie van het extremisme en de instabiliteit in het Midden Oosten.
Alleen daarom al zou ieder middel moeten worden aangewend om Iran af te houden van een kernwapen.

Helaas blijkt in de praktijk dat zelfs het toepassen van sancties halfhartig wordt uitgevoerd.

In dat opzicht lijkt de houding ten opzichte van het Islamisme op wat de Duitse pastor Niemoller ooit zei over de opkomst van het nazisme:


“Men kwam eerst voor de communisten maar ik zei niets omdat ik geen communist was.

Toen kwam men voor de vakbondsleden maar ik zei niets omdat ik geen lid was van de vakbond.

Daarna kwam men voor de Joden en ik zei niets omdat ik geen Jood was.

Tegen de tijd dat men voor mij kwam was er niemand meer om zijn mond open te doen”.

Het verschil met de huidige situatie in het Midden-Oosten is dat men nu eerst kwam voor de Joden en dat die in staat bleken zichzelf te verdedigen.

In de asymmetrische oorlog die de islamisten voeren in het Midden-Oosten zijn de christenen dus het volgende slachtoffer.

De vraag die zich opdringt is, of het teken aan de wand nu wel gezien wordt en -belangrijker- of daar actie op volgt.